De pianist: Ruben Plazier

Toen hij zes jaar oud was, begon Ruben Plazier (1998) met pianospelen. Met dertien jaar werd hij toegelaten tot een speciale talentenklas. Hij combineerde het vwo met lessen aan het conservatorium, volgde masterclasses bij beroemde pianisten zoals Wibi Soerjadi, won meerdere prijzen en studeert nu aan het conservatorium in Rotterdam en de Ecole Normale in Parijs waar hij twee dagen in de week lessen volgt. Ruben geeft veelvuldig concerten in grote zalen in Europa.

‘We hadden thuis altijd al een piano. Mijn ouders kunnen erg genieten van muziek, maar zijn er absoluut niet professioneel mee bezig. Wel namen ze mij mee naar klassieke concerten en thuis hadden we vaak klassieke muziek opstaan. Zo kreeg ik die liefde wel een beetje van huis uit mee. Ik denk dat je moet leren van klassieke muziek te houden. Het is niet zomaar muziek voor op de achtergrond. Je moet ervoor gaan zitten en er echt naar luisteren. Hoe vaker je dat doet, hoe meer je het gaat begrijpen, en hoe meer het gaat leven. Daarom gaat er vaak een heel nieuwe wereld open voor mensen als ze naar een live concert gaan. Je hebt dan geen afleiding, je zit alleen te kijken en luisteren. Op die manier komt de muziek heel anders binnen. 
Klassieke muziek is een hogere kunstvorm, waar je steeds meer in gaat ontdekken naarmate je er vaker naar luistert. Die liefde moet groeien. Je moet je ervoor openstellen. Voor mezelf vergelijk ik dat met moderne kunst. De eerste keer dat ik dat zag, wist ik ook niet goed wat ik ervan moest vinden. Je kunt naar een schilderij kijken en alleen maar verf zien. Maar hoe vaker je kijkt, en door ook andere werken te zien, komt het meer tot leven. Toen ik me er meer mee ging bezighouden en door over bepaalde werken te lezen, begrijp ik de achtergrond beter en daardoor ben ik het gaan waarderen. Voor veel mensen werkt het ook zo met klassieke muziek.

Klassieke muziek is toegankelijker geworden.

Ik merk dat klassieke muziek toegankelijker geworden is. Het is altijd muziek voor de elite geweest, en nog steeds heeft het een bepaalde status, maar toch is het inmiddels door een veel breder publiek omarmd. Over het algemeen zie je dat klassieke muziek door een ouder publiek meer gewaardeerd wordt, maar ook steeds meer jongeren ontdekken het en kunnen ervan genieten. Dat vind ik een mooie ontwikkeling. Iedereen kan het nu luisteren. Je hoort het overal. Mozart probeerde al zijn muziek toegankelijk te maken door voor “het gewone” volk te componeren, maar heel lang bleef het toch enkel iets voor de elite. Ik denk dat dat stempel er nu wel een beetje vanaf is.’

Ruben Plazier speelt Gaspard de la Nuit van Maurice Ravel tijdens een repetitie voor een concert in Rotterdam.
Repetitie Gaspard de la Nuit van Maurice Ravel in Rotterdam.

Toen hij zes jaar was, zag Ruben pianospelen absoluut nog niet als carrièreplan. Wel vond hij het altijd al heel leuk om te doen. De liefde voor de piano groeide langzaam door de jaren heen en toen kreeg hij, rond zijn veertiende, een aantal lessen bij de wereldberoemde Wibi Soerjadi. Toen besefte hij dat hij zijn beroep wilde maken van pianospelen. Maar is dat dan niet makkelijker gezegd dan gedaan?
‘Natuurlijk is de eerste vraag die je je stelt: kan ik hier dan straks van leven? Hoe ga ik dat doen? Mijn ouders vonden dat ook wel een lastige kwestie. Ze hadden geen achtergrond in de muziek, dus dat maakt het ook lastig te beoordelen. Maar klassieke piano gaat wel gepaard met een bepaalde status. Dat is een voordeel wat je hebt ten opzichte van iemand die de ambitie heeft om in een popband te spelen. Dat talent is vaak moeilijker te beoordelen. Bij pianospel heeft een goede leraar het echt wel door als een kind uitblinkt. Mijn ouders hebben veel geïnformeerd naar mijn talent bij docenten, of het wel echt wat kon worden. En omdat zij hun vertrouwen uitspraken, hoefde ik mijn talent niet heel erg te verdedigen. Daarbij hebben mijn ouders me altijd gestimuleerd om mijn eigen keuzes te maken, en ambities te hebben. Al snel dachten we: waarom ook niet?

Als het niet zou lukken, kon ik altijd nog wat anders gaan doen. Wel hadden ze een regel. Voor ik naar het conservatorium mocht, moest ik eerst een wedstrijd winnen. En dat lukte. 
Toen moest ik beslissen op welke manier ik mijn middelbare school ging combineren met het conservatorium. Er zijn wat verschillende opties. Je kunt je middelbare school combineren met een voortraject dans, muziek (of beeldende kunst). Maar dan doe je dus eigenlijk twee opleidingen tegelijk. Er is ook een mogelijkheid om je havo of vwo voor muziek en dans op het conservatorium te halen. Het probleem daarmee was dat het vakkenpakket iets te beperkt was voor als ik toch een andere kant op zou willen. Daarom ben ik het gewone vwo gaan doen, en daarnaast het conservatorium. Dat was wel druk. Ik was toen al af en toe op tournee in het buitenland, dus miste ik regelmatig lessen. Gelukkig waren er ook wat sporters op mijn school. Met hen trok ik veel op. Ze waren ook veel afwezig omdat ze druk met hun sport bezig waren naast school. Andere leerlingen keken daar wel een beetje van op. Ik kon merken dat ze het bijzonder vonden. Maar ik was niet de enige. Daardoor werd het misschien makkelijker geaccepteerd.’

Ik deed het conservatorium naast het vwo. Dat was wel een beetje druk

‘Eigenlijk ben ik heel naïef aan het conservatorium begonnen. Ik leerde mensen kennen die het conservatorium (na de middelbare school) combineerden met een tweede studie. Daar heb ik ook over nagedacht, maar ik kreeg van mensen uit het vak toch het advies dat niet te doen. Als je écht een groot pianist wil worden, dan moet je al je tijd en aandacht kunnen besteden aan het bestuderen van piano. Dat kun je niet half doen, behalve als je het enkel als hobby beschouwt. Ik heb dus besloten me volledig op het conservatorium te richten. Tegenwoordig is het ook helemaal niet gek om op latere leeftijd nog een andere studie te volgen, mocht ik dat willen.’

Misvatting

‘De grootste misvatting die mensen hebben, is dat het pianospelen mij zo komt aanwaaien. Vaak wordt gedacht dat die anderhalf uur op het podium alles is waar ik mee bezig ben. Maar ik studeer hele dagen. Ik deel mijn studie op in blokken. Ik kan mijn concentratie niet zes tot acht uur lang vasthouden, dus ik verdeel dat in blokken. Tijdens het studeren, zet ik een kookwekker op twintig minuten en als die afgaat, neem ik een korte pauze van enkele minuten. Zo doe ik een blok van maximaal twee uur. Na die twee uur neem ik een langere pauze, om wat te eten of even iets heel anders te doen. Ik probeer op die manier drie à vier blokken per dag te plannen.

Er zijn ook pianisten die stil kunnen studeren, dus zonder het uit te voeren, enkel door te kijken naar de bladmuziek. Dat heeft een voordeel, in je hoofd maak je geen fouten. Maar tegelijk is dat ook het nadeel. Ik heb weleens gehoord dat pianist Vladimir Horowitz in het vliegtuig onderweg naar Amerika een pianoconcert van Mozart bestudeerde dat hij niet kende en het direct na aankomst voor het eerst speelde tijdens een concert. Handige methode als je geen piano tot je beschikking hebt, maar helaas werkt dit voor mij niet.’ 

Ruben Plazier portretfoto
Prestatiedruk

‘Ik ben niet altijd in de stemming om te studeren. Er is een bepaalde mindset voor nodig die ik niet altijd kan afdwingen. Ik reis veel, en ik ga bijvoorbeeld elke week twee dagen naar Parijs om lessen te volgen. Als ik het heel druk heb, is het lastig om mijn concentratie te vinden om te studeren. Ik wil mijn dagen graag zo productief mogelijk houden; elk uurtje goed besteden en veel studeren. Maar soms ben ik helemaal op en dan wil ik gewoon op de bank zitten en Netflixen. Dat nam ik mezelf dan kwalijk, maar ik weet nu wel dat ook dit onderdeel van het proces is. Soms zit ik achter de piano en lukt het me niet om de concentratie te pakken, maar je kunt niet altijd optimaal presteren. Je hebt ook je rust nodig. Het is lastig om de balans te bewaren, maar wel belangrijk.

Als je piano studeert, is elk vrij uurtje een kans om meer te studeren en beter te worden.

In mijn hoofd ben ik nooit klaar. Als je piano studeert, is elk vrij uurtje een kans om meer te studeren en beter te worden. Dus eigenlijk ben ik daar altijd mee bezig. Voor mij is een leven waarbij je dagelijks naar kantoor gaat en om vijf uur de deur weer achter je sluit bijna onvoorstelbaar.
Ik heb wekelijks zo’n vijf uur aan theoretische lessen, en ben verder vrij om te studeren. De docenten op school zijn van negen tot vijf beschikbaar, maar verder is er geen negen tot vijf mentaliteit op school. Het conservatorium sluit om 22.00 uur, maar vaak ben ik dan nog niet klaar. Het is jammer als je dan net een paar uur lekker in de flow zit. Het liefst ga ik dan gewoon door, maar dat kan dan niet. Ik vind dat soms wel gek om te zien dat overal lichten uitgaan, deuren sluiten en rolluiken omlaag gaan, terwijl ik in mijn hoofd nog druk bezig ben en nog helemaal niet klaar met de dag.’ 

Ruben Plazier aan de piano.
Twee soorten muzikanten.

‘Veel van mijn vrienden zijn muzikanten, dus we begrijpen allemaal van elkaar waar we mee bezig zijn. Ik merk wel een verschil. Er zijn eigenlijk twee groepen. De ene groep studeert acht uur en is er dan klaar mee en gaat de stad in om ergens wat te drinken. En je hebt de groep die dat niet doet en denkt: ik kan mijn tijd gebruiken om nog wat meer te studeren. Ik zou het wel heel fijn vinden als ik een plek had waar ik op elk tijdstip van de dag zou kunnen studeren. Ook ’s nachts bijvoorbeeld. Ik kan thuis wel wat doen, maar moet ook rekening houden met de buren. 

Soms studeer ik ook ’s nachts. Dat kan als ik in Zuid-Frankrijk ben. Elke drie maanden ben ik daar een week en heb ik dagelijks les van Jean-Bernard Pommier. Daar heb ik ook de gelegenheid om tot heel laat te studeren als ik dat wil. Ik werk dan in een losstaande garage en ben daar niemand tot last. Alleen merk je de volgende dag dat je minder productief bent als je een hele nacht hebt doorgewerkt. 

Dat je voor een optreden betaald wordt, snappen mensen nog wel, maar dat je ook genoeg moet verdienen om die lange studiedagen te kunnen maken, beseffen ze vaak niet. Ik denk dat veel creatieve mensen tegen dat stukje onbegrip aan lopen. Mensen zien toch vaak alleen het resultaat van je harde werk en niet de lange uren die je erin hebt moeten stoppen om dat zo neer te kunnen zetten. Ik vind dat daar nog wel een stukje meer bewustwording voor mag komen.

De ambitie om zelf te componeren heb ik niet. Ik wil echt de beste zijn in het uitvoeren van klassieke muziek. In Rotterdam volg ik nu een bachelor. Daarnaast studeer ik twee dagen per week aan een privéschool in Parijs. Daar heb ik alleen pianoles, iets wat in Nederland niet mogelijk is. In Nederland volg je altijd meerdere vakken. Dit zijn praktische vakken zoals muziekgeschiedenis, solfège, zangbegeleiding en kamermuziek, maar ook minder praktische vakken zoals educatie, ondernemerschap, muziek wereldwijd, et cetera. Ik wilde me nog meer toeleggen op de piano en zo ben ik in Parijs terechtgekomen. 
Je kunt hier zo lang lessen volgen als je wilt. Het is geen programma van één, twee of drie jaar zoals je vaak ziet. Wel is er aan het eind van het jaar een wedstrijd. Alleen de besten krijgen een diploma, dat kwam vorig jaar neer op bijna één op de drie studenten. De rest moet het jaar overdoen. Dit systeem kennen we niet in Nederland.’ 

Werk en studie

‘Op dit moment is het spelen van muziek mijn enige doel. De ambitie om ook les te geven, heb ik nu niet, maar dat is misschien wel interessant voor in de toekomst. Ik wil me eerst volledig toeleggen op mijn uitvoerende carrière. Om een van de grote pianisten te worden is het nodig om een echt grote wedstrijd te winnen. Daarmee behaal je een soort kwaliteitsstempel, waardoor bijvoorbeeld concertzalen weten dat je een bepaald niveau bereikt hebt. Ze zullen je dan eerder benaderen om te komen spelen, omdat ze weten dat het goed zal zijn.

Het is niet zo dat je na het afronden van het conservatorium klaar bent met studeren en aan het werk gaat, zoals bij andere studies. Werk en studie lopen samen op en dat blijft ook zo. Pianisten blijven studeren, hoe oud ze ook zijn. Mijn docent in Parijs is nu vijfenzeventig en studeert nog elke dag. En elke dag leert hij nog nieuwe dingen. 
Ook levenservaring is belangrijk bij de uitvoering van een stuk. Van bepaalde muziekstukken wordt gezegd dat je die niet kunt spelen als je erg jong bent. Dat soort muziek speel je niet als je vijftien bent, maar misschien pas op je zestigste. Je kunt dan pas voelen wat de componist heeft willen overbrengen met zijn muziek. Ik kan me hier wel enigszins in vinden.
Ik ben nog jong, maar ik merk nu al dat ik soms een andere kijk heb op een muziekstuk dan toen ik het een aantal jaren geleden speelde. Ook al raakte ik toen ook alle noten, op het juiste tempo. Technisch kan pianospel wel heel goed zijn, maar er is nog iets extra’s. Je hebt een achtergrond nodig om heel goed te kunnen spelen. Je moet levenservaring opdoen, de pijn van relaties kunnen voelen, je moet belevingen opdoen, naar musea gaan, veel lezen. Al die dingen helpen.’ 

Pianisten blijven studeren.

‘Ik hou ervan me te verdiepen in het verhaal dat soms achter de muziek zit. Een mooi voorbeeld daarvan vind ik in de muziek van Brahms. Hij schreef muziek voor vier handen. Als je quatre-mains speelt, zit je dicht bij elkaar en moet je goed op elkaar ingespeeld zijn.
Brahms was bevriend met Schumann, die veel ouder was. Schumann had een jongere vrouw, Clara, die ook pianiste was. Brahms was in het geheim verliefd op haar. Of de liefde wederzijds was, is niet met zekerheid te zeggen, maar na het overlijden van Schumann bleven de twee innig bevriend. Clara was vastbesloten trouw te blijven aan Schumann, maar Brahms woonde wel een tijdlang bij haar in Düsseldorf, ze schreven elkaar brieven, hij begeleidde haar soms op concertreizen en zij keurde telkens zijn vriendinnen af. 
Als je dat verhaal kent, dan snap je opeens waarom Brahms op die manier componeerde: zodat zij naast elkaar aan de piano konden zitten om het te spelen. Er zitten dan ook heel intieme stukken in, waarbij de handen gekruist gaan. Je begrijpt dan de spanning die hij tijdens het spelen gevoeld moet hebben. Dat achtergrondverhaal geeft meer diepgang aan het spelen van zo’n stuk, vind ik.’

Ruben Plazier tijdens pianoconcert in de Doelen in Rotterdam.
Pianoconcert in de Doelen in Rotterdam.
Muziek leer je langzaam.

‘Muziek leer je langzaam. Bij de geboorte zit muziek al in een mens. Je ziet dat baby’s bij hun moeder in de buik al reageren op ritme. Wordt er iets aan dat ritme veranderd, dan reageren ze daarop. Muziek is ook sterk gekoppeld aan emotie. Daarom ben ik ervan overtuigd dat je het kunt horen als iemand al zijn gevoel en levenservaring in zijn muziek weet te leggen. Dat is een stukje beleving die je niet kunt uitleggen, en die je niet wetenschappelijk of technisch kunt verklaren.

Soms kunnen kleine dingen een muziekstuk een heel andere impuls geven. Zoals bij een Wals. Die speel je in drie tellen, met een zware één en een lichte twee en drie. Maar als je dit precies op het juiste ritme speelt, is het eigenlijk heel saai. Bij heel oude opnames hoor je soms dat de tweede tel net iets eerder en de derde tel net iets later gespeeld wordt. Dat geeft een compleet ander gevoel, maar dat kun je een computer niet na laten doen.’ 


Goede adviezen

‘Wat mij geholpen heeft om mijn ambities waar te maken, is het kiezen van een bepaalde stijl. Ik ben heel erg van de Russische school en daar zoek ik ook mijn docenten op uit. Het is belangrijk dat je daar een keuze in maakt, zeker op het moment dat je professioneel wil spelen. Ik vind het belangrijk om helemaal met mijn docenten op één lijn te zitten, zodat ik alles van ze kan leren. Eigenlijk bouw je samen met de docent aan je carrière, zoiets kun je niet zelf doen. Ik zoek naar mensen die veel ervaring hebben, die veel gespeeld hebben. Je hebt docenten die vanuit hun stoel zeggen wat je moet doen en je hebt docenten die zelf achter de piano gaan zitten. De stijl moet bij je passen.

Een goede docent doet meer dan alleen pianoles geven, het is een mentor, een soort van levenscoach. Ik heb nu een docent in Rotterdam en een in Parijs. Zij zijn mijn grote helden. Ze hebben onderling ook goed contact. Als je een goede docent gevonden hebt, is het belangrijk om helemaal met hem mee te gaan. Het heeft geen zin als je je eigen ding wil blijven doen. Ik wil van hen leren, en daar hoort een stukje overgave bij. Voor mij zijn er maar een paar mensen ter wereld waar ik les van zou willen krijgen en zo ben ik ook in Parijs terechtgekomen.’ 

Nadelen

‘Opofferingen horen er ook bij, maar toch heb ik niet echt het gevoel dat ik per se dingen moet laten voor mijn carrière. Praktisch gezien ga ik wel activiteiten uit de weg waarbij ik mijn handen zou kunnen beschadigen. Als ik mijn arm zou breken bij het skiën of snowboarden dan zou ik zo een paar weken uit de running zijn. Naast dat het er voor zorgt dat ik dan geen inkomen heb, betekent dat ook dat ik al die weken niet zou kunnen studeren. Dat inhalen is heel lastig. Het zou bijna zijn alsof je de hele techniek opnieuw zou moeten leren.

Verder geef ik vooral veel van mijn tijd. Waar mensen van mijn leeftijd eerder kiezen om wat te gaan drinken, kies ik ervoor om te studeren. Ik heb niet veel vrije tijd, maar ik heb het idee dat de kwaliteit van mijn ontspanning veel hoger is, omdat de kwantiteit minder is. De beloning van mijn werk is ook heel groot. Daar krijg ik heel veel energie van. Na een concert is dat applaus helemaal voor mij en ik heb zo veel mensen blij kunnen maken met mijn muziek, dat voelt als een fantastisch cadeau. 

Pianospelen is mijn leven. Ik leef voor de muziek. Ik kan me niet voorstellen dat ik ooit iets anders zou doen, ik kan mezelf heel lastig voorstellen in een negen tot vijf baan. Naast dat dit mijn werk is, is het ook mijn passie. En ik vind het nog steeds leuk om te doen, ondanks het harde werken. Ik zou niet zonder de piano kunnen, en zou altijd voor mezelf willen blijven spelen. Maar het mooiste blijft om er ook anderen mensen blij mee te maken. Dan is het dus nodig dat ik er een inkomen mee kan verdienen. Als dat geen realiteit meer is, kan ik niet blijven spelen. 

Mijn inkomen haal ik nu geheel uit mijn concerten. Daar leef ik van. Als je niet bij de absolute top komt, dan is het moeilijk om een volwaardig inkomen uit dit werk te halen. Je kunt dit werk niet half doen, maar dat is ook iets wat al van nature in mij zit, en ik denk dat dat bij veel creatieve mensen zo is. Ik wil altijd tot het uiterste gaan en zo goed mogelijk zijn.’ 

Pianoconcert nr. 2 van Rachmaninov in De Doelen Rotterdam met symfonieorkest Rijnmond.
Pianoconcert nr. 2 van Rachmaninov in De Doelen Rotterdam met symfonieorkest Rijnmond en Cor van der Linden.
Onbegrip

‘Nog iets wat lastig is aan mijn beroep is dat je dit heel moeilijk op late leeftijd kunt oppakken. Eigenlijk is dat gewoon onmogelijk. Om een grote pianist te worden, moet je het van jongs af aan doen. Als je pas na de middelbare school zou beginnen, ben je eigenlijk al veel te laat. 
Voor mij was de middelbare school wel een moeilijke periode, vooral omdat ik helemaal geen zin had in alle andere vakken naast het pianospelen. Ik wilde alleen maar dat, en eerlijk gezegd niet eens omdat ik er zo gelukkig van werd, maar omdat ik toen al de drive had de allerbeste te worden. Alle aandacht die ik aan een ander vak gaf, voelde als verspilde energie. Ik had nu ook piano kunnen spelen, dacht ik steeds.

Met onbegrip heb ik in die tijd ook wel te maken gehad. Als iedereen na school naar huis ging, ging ik naar de volgende school. Daar zat ik twee keer per week tot 22.00 uur. Maar daardoor kwam ik ook snel in een omgeving waar meer mensen zo leefden en dat maakte het ook normaler en makkelijker. Een paar dingen staan me nog wel bij. Toen ik net op de middelbare school zat, probeerde ik altijd te voorkomen dat andere leerlingen mijn oordopjes konden pakken als ik muziek luisterde. Dan zouden ze merken dat ik klassieke muziek op had staan.

Ik voelde me ook ongemakkelijk als klasgenoten vroegen of ik niet een keer een ander liedje kon spelen op de piano. Ze vroegen dan om een popliedje, maar die kende ik helemaal niet. ‘Wat jij speelt, klinkt altijd zo verdrietig,’ werd dan vaak gezegd. Ik vind het niet verdrietig. Het is muziek met een lading, en sommige mensen hebben daar geen zin in. Dat vond ik wel moeilijk uit te leggen. Maar veel last had ik er niet van. Ik leerde me er niets van aan te trekken, groeide er over heen. Thuis kon ik altijd goed mijn ei kwijt, ik had docenten die me aanmoedigden en die mij goed begrepen, en ik leerde steeds meer mensen kennen die ook hard voor hun passie werkten.

Tip

Een tip die ik mensen kan geven die ook van hun creativiteit willen leven, is dat je je moet realiseren dat je zzp’er bent: je moet je eigen pensioen opbouwen en je eigen verzekeringen afsluiten. Je hebt niet de zekerheid die anderen in een vaste baan wel hebben, en dat is best spannend. Als je op kantoor een offday hebt, valt het meestal niet zo op, maar ik kan nooit mijn optreden verknallen, ook al heb ik mijn dag niet. Dan nodigt die concertzaal mij de volgende keer namelijk niet meer uit. De druk is altijd hoog. Afhankelijk van een recensie in de krant betalen ze je de volgende keer misschien meer of juist minder. 
In mijn opleiding zit een stukje entrepreneurship, dus je wordt wel een beetje voorbereid, maar toch moet je hier vooral zelf je weg in zien te vinden. Social media zijn handige tools om een publiek te bereiken en voor concertzalen is het natuurlijk ook fijn om te zien dat je al een aantal volgers hebt. Daarnaast volg ik nu ook een coachingstraject bij ABN Amro, genaamd Talent Centraal. Daar zitten we met twintig deelnemers uit diverse disciplines bij elkaar en daar worden we in één jaar gecoacht op allerlei gebieden om ons vak heen. Daar heb ik momenteel veel aan.’

De muur

De weg naar succes is nooit zonder obstakels. Met IJVR willen we mensen inspireren om die obstakels, de muren die ons tegenhouden, te doorbreken. Voor welke muren heeft Ruben gestaan en hoe is hij daarmee omgegaan? ‘Een tijdje geleden merkte ik dat ik meer uit mijn opleiding wilde halen dan op deze school mogelijk was. Soms had ik het gevoel dat de opleiding meer richting pianodocent ging dan naar uitvoerend pianist. De meeste studenten eindigen ook als docent omdat daar nu eenmaal het makkelijkst een inkomen mee te verdienen is, maar dat is niet mijn ambitie. Ik had er veel gesprekken over op school, maar we kwamen niet tot een oplossing. Tot ik het probleem voorlegde aan mijn huidige docent in Parijs.
Vanaf dat moment ging ik eens in de drie maanden naar zijn academie, maar dat bleek nog niet voldoende. Hij bood mij toen de kans om naar Parijs te komen, iets wat ik ontzettend graag wilde, maar wat ook onhaalbaar leek, want zoiets kost ongelooflijk veel geld. Het collegegeld is duur, maar ik moet daar ook overnachten, en ik moet wekelijks heen en weer reizen. Ik kon het absoluut niet betalen. Maar deze kans kón ik niet aan me voorbij laten gaan. Toen ben ik sponsors gaan zoeken en heb ik een beurs aangevraagd. Zo is het me uiteindelijk gelukt om ongeveer 70% van het bedrag bij elkaar te krijgen. Door een oproep op Facebook te plaatsen, heb ik bijvoorbeeld een gastgezin gevonden waar ik kan verblijven tijdens mijn tijd in Parijs.
Het had heel anders kunnen lopen, als ik me had laten tegenhouden door de financiële en praktische problemen waar ik tegenaan liep. 

Voor die auditie heb ik twee maanden lang zo hard gewerkt als maar kon.

Misschien is dat ook wel iets wat mij kenmerkt, dat ik me niet makkelijk ergens bij neerleg. Ik denk dat je die instelling moet hebben als je verder wil komen in het leven. Ik moest een keer voor een auditie een bepaald stuk spelen. Iedereen kreeg twee maanden voor de zomervakantie een mail met instructies en meteen na de zomervakantie was de auditie. Toen bleek dat een aantal mensen al vanaf het begin van het jaar wisten welk stuk gespeeld zou worden. Zij hadden dus al een heel jaar de tijd gehad om dat stuk te bestuderen. Ik vond het een oneerlijke wedstrijd en besloot niet deel te nemen. Later gebeurde dit nog een keer, en weer had ik maar twee maanden om het stuk te leren. Toch wilde ik de kans niet nog een keer laten schieten en toen heb ik twee maanden lang zo hard gewerkt als maar kon. En door zo intensief te studeren, won ik die auditie alsnog. Zo zie je maar dat je je niet door obstakels moet laten tegenhouden. Er is vaak wel een manier te vinden om toch je doel te bereiken.’