De schrijver: Joyce Spijker

Dat ze ooit een boek wilde schrijven, wist Joyce Spijker (1984) altijd al, maar deze droom omzetten in realiteit stelde ze jarenlang uit. Toch lukte het haar om nog vóór het afronden van haar eerste roman de aandacht te trekken van een literair agent, die haar debuut bij een van de meest vooraanstaande uitgeverijen in Nederland wist onder te brengen. Een deal voor twee boeken volgde en inmiddels werkt Joyce zelfstandig als auteur, spreker en schrijfcoach.

Je zou denken dat het ondernemen haar in het bloed zit. Vanwege het gebrek aan goede en toegankelijke schrijfopleidingen in Nederland, begon Joyce in 2017 writers:community.  Met succes, want al snel groeide het concept uit zijn jasje en was het begeleiden van honderden aspirant-schrijvers meer dan een fulltime taak voor Joyce geworden die ze niet meer met het schrijven kon combineren. Binnen een halfjaar schreef én publiceerde ze vervolgens zelf Ruimte voor liefde, een boek over liefde en relaties in alle mogelijke vormen. Tegelijk wist ze een contract voor twee nieuwe thrillers te bemachtigen bij wéér een grote Nederlandse uitgeverij: Ambo Anthos. Ondertussen is ze ook nog druk met presentatieklussen, coaching en schrijft ze corporate stories voor bedrijven. Als ze een plan heeft, dan kan ze niet anders dan onmiddellijk in actie komen. Afwachten is bepaald niet haar stijl.

Ondernemersgeest

‘Toch kom ik niet uit een ondernemersmilieu. Laatst heb ik dat onderzocht, voor een inspirational speech die ik gaf op een ondernemersbijeenkomst. In mijn nabije omgeving kwam ik geen enkele ondernemer op het spoor, behalve de beste vriendin van mijn oma. In 1953 begon zij een dorpswinkeltje in Zuid-Limburg. Bij haar zat het ondernemen wel echt ingebakken, want ze combineerde haar huis-, tuin en keukenproducten met een sociale functie. Ze kwamen voor de laatste roddels en namen altijd iets mee. Ook had ze een oog voor innovatie. Toen er postkantoren in het straatbeeld verschenen, nam ze dat erbij. Nu kwamen de mensen dagelijks: win-win. Een heel slimme vrouw, Leny. Daar hield ze het ook niet bij. Toen ze net getrouwd was met haar man, bedacht ze een manier om bij te klussen en ging ze samen met mijn oma (beide konden goed koken) buffetten maken voor feesten en partijen. Intensief werk, maar lonend. En opvallend, want waar de mannen destijds in de mijnen werkten en de vrouwen het huishouden deden en voor de kinderen zorgden, zag Leny dus kansen. 
In mijn eigen familie is die ondernemersgeest ver te zoeken. Er was wel veel creativiteit, maar die was puur hobbymatig. Aan mijn vaders kant werd er veel muziek gemaakt, aan mijn moeders kant konden ze heel goed kleding naaien. Zelf was ik als kind ook altijd aan het kleuren, knutselen en kleien. Mijn moeder moedigde dat ook wel aan. Maar qua werk kom ik uit een veiligheidsnest. Dat blijkt wel, want zelf heb ik tien jaar lang als ambtenaar gewerkt.’

De droom om ooit schrijver te worden, had ik al, maar dat zag ik als iets voor ‘later als ik groot ben’.

Toch hebben haar ouders haar creatieve kant nooit geremd. Ze hebben haar altijd aangemoedigd om vooral te doen wat ze zelf wilde. Maar op haar achttiende kwam het niet in Joyce op om schrijver te worden en voor een pover kunstenaarsbestaan te gaan. ‘Als ik toen had gezegd dat ik niet van plan was om te gaan studeren, dan hadden ze daar vast wel hun bezwaren tegen gehad. Maar ik was gek op studeren, nog steeds, en ging voor de studie Nederlands. De droom om ooit schrijver te worden, had ik toen al, maar dat zag ik als iets voor ver in de toekomst. Ik wilde eerst leren, een academische graad halen en kon voor mijn studie zoveel lezen als ik maar wilde. Ideaal!’ 

Auteur Joyce Spijker

Schrijfwedstrijd

‘Mijn eerste verhaaltje schreef ik toen ik twaalf was. Ik weet nog precies waar het over ging. Ik had er verder nul bedoeling mee. Op mijn zestiende begon dat te veranderen. Ik zat op het gymnasium en met Nederlandse les kregen we een flyer voor een schrijfwedstrijd. Het ging om ongeveer 1000 woorden, en het thema was liefde en dood. Nederlands was mijn lievelingsvak en ik was dol op lezen. Ik was klaar met mijn huiswerk, dus ik had de tijd om dat verhaal te gaan schrijven. Mijn docent was erg te spreken over het resultaat.
Hij moedigde me aan om het in te leveren en die aandacht vond ik heel leuk. Toen mijn verhaal door de hele sectie gelezen werd, was ik erg trots.

Ik ontdekte dat ik het háát om tweede te worden.

Positieve aandacht en complimenten zijn brandstof voor mij. Toen merkte ik al dat ik erg goed ga op bevestiging. Ik leverde mijn verhaal in en van de 400 mensen werd ik tweede. Iedereen was superblij en trots dat ik dat bereikt had. Behalve ik. Zelf was ik superchagerijnig. Ik kwam er toen achter dat ik het echt haat om tweede te worden.
Bij de prijsuitreiking zag ik het meisje van wie ik verloren had, wat de confrontatie van het ‘verlies’ nog erger maakte. Ik nam me toen voor dat ik de volgende keer zou winnen. Ik kon het jaar erop weer meedoen, dat deed ik, en… ik won! 
Toen besefte ik dat ik misschien wel talent had. Ik heb hetzelfde verhaal toen ingestuurd voor de CJP-wedstrijd. En die won ik ook. Dat was het moment dat de droom serieuzer werd.’

Na het gymnasium studeerde Joyce Nederlands. Ergens in haar achterhoofd speelde ze wel met de gedachte dat ze tijdens haar studie zou leren schrijven, maar in feite raakte ze juist ontmoedigd.
‘Ik las zoveel. En alleen maar goede boeken. Wat had ik daar nou aan toe te voegen? Vanaf mijn achttiende tot mijn zevenentwintigste heb ik dus niet meer geschreven. Ook niet voor de lol. Maar het bleef wel een droom. Het was typisch zoiets wat steeds naar voren kwam als iemand op een feestje vraagt wat je wilt worden als je later groot bent. Ooit word ik schrijver, was dan altijd mijn antwoord. Maar het was altijd iets voor later, als ik heel veel levenservaring had, zo rond mijn zestigste misschien.’

Ik denk dat in loondienst werken voor iedereen die ooit een eigen bedrijf wil beginnen, een goede voorbereiding is.

Zekerheid
‘Uiteindelijk werd ik communicatieadviseur bij de gemeente. Ik wilde ervaring opdoen met solliciteren en was nog niet eens afgestudeerd. Het was niet per se mijn bedoeling om aangenomen te worden, maar dat gebeurde dus wel. Fulltime werken vond ik heel zwaar in het begin. Het kostte me weken om aan het negen tot vijf ritme te wennen en ik ben heel blij dat ik dat nu niet meer hoef. Maar toen was het goed en nodig dat ik dat ervaarde. Ik denk dat in loondienst werken voor iedereen die ooit een eigen bedrijf wil beginnen, een goede voorbereiding is. Zo leer je samenwerken, je netwerk onderhouden en ook dat iedere baan (of beroep) zijn voor- en nadelen heeft. Ik zou die stap ook niet overgeslagen willen hebben. Ik heb nu nog heel veel nut van de ervaring die ik toen heb opgedaan. Ik heb bijvoorbeeld heel veel woordvoering gedaan en voor mij zijn de media nu daarom niet eng. Soms heb je een omweg nodig om te komen waar je wilt zijn. Zo krijg je de kans om dingen te ontdekken waar je goed in bent, of die je leuk vindt, waar je anders nooit mee in aanraking zou zijn gekomen.’

Schrijfdroom
‘Toch kwam uiteindelijk, tijdens een coachingstraject van mijn werk, die schrijfdroom weer boven water. Dat ik plezier had in communicatie en dat dit me ook goed af ging, stond vast. Maar ik wilde toch méér. Toen ik dat uitsprak, benoemde ik ook meteen minstens 500 argumenten waarom ik het niet eens moest proberen.
De coach sprak toen de voor mij gouden woorden: ‘Maar wat als het wél lukt?’ En daar had ik dus niet eens over nagedacht.
Het idee om die droom te verliezen heeft me lang tegengehouden, want als het mislukte, dan kon ik nooit meer op een feestje zeggen: later als ik groot ben, word ik schrijver.
Maar ik had wel een realiteit te winnen. Aan dát stukje dacht ik nooit. Nu ik me dat gerealiseerd had, besloot ik dat ik er nu toch echt serieus werk van zou maken. Ik maakte er een gecalculeerd plan bij. Ik zou naast mijn werk een opleiding gaan volgen, want ik was vastbesloten om het niet halfslachtig aan te pakken. Ik wilde het meteen goed doen.
Die drang naar het goed doen, en willen winnen, was er nog steeds.’ 

Auteur Joyce Spijker

Als je iets wilt bereiken, dan moet je er zelf achteraangaan.

‘In Nederland kon ik weinig geschikte schrijfopleidingen vinden. Daar is jaren later het idee voor writers:community uit voortgekomen, omdat ik merkte dat er weinig laagdrempelige, op de schrijver gerichte schrijfopleidingen waren. Ik ben destijds naar België gegaan. In Leuven had ik één zaterdag per maand een lesdag, negen maanden lang. Voor dat opleidingstraject moest je ingeloot worden, via een stuk dat je van tevoren moest inleveren. Dat lukte. Een van mijn docenten was Beatrijs Peeters, en die vrouw heeft mij vleugels gegeven. Zij gaf mij het vertrouwen dat ik het kon. In die tijd heb ik Spotlight geschreven. Ik bleek een ander soort schrijver te zijn dan de rest, omdat ik er veel commerciëler tegenaan keek. Ik had echt voor ogen er een carrière van te maken en daar was ik eigenlijk al mee bezig voor de opleiding begon, al was ik me daar nog niet bewust van.
Tussen het moment dat ik me ingeschreven had en het begin van de opleiding zat ongeveer een halfjaar, en nu ik eenmaal besloten had om actief met schrijven aan de slag te gaan, kon ik niet langer wachten. Ik begon een website een schreef daar blogs die ik deelde via Twitter en Facebook. Dat deed ik om een schrijfritme te bouwen en te oefenen, maar ze werden ook opgemerkt door een uitgever, en door Chris Kooi, die later mijn agent zou worden. 
Hij vond mijn blogs goed en las daarin dat ik een boek wilde schrijven. Hij stuurde me een berichtje dat ik contact moest opnemen als ik zover was. Dat heeft me echt iets geleerd. Als je iets wilt bereiken, dan moet je er zelf achteraangaan. En vertellen wat je wilt. Ook als je boek nog niet af is, of als je het eng vindt om jezelf of je werk te laten zien. Het ergste wat kan gebeuren, is dat ze het niks vinden. Maar iets moois maken dat niemand ziet, vind ik zelf nog veel dramatischer. Als je niet uitspreekt wat je ambitie is, dan komt er ook geen agent naar je toe om je een gesprek aan te bieden.’

Op gesprek bij een uitgever

‘Toen mijn boek af was, en we er nog een beetje aan geschaafd hadden, vond mijn agent het tijd om het te gaan aanbieden. Binnen tien dagen had ik drie positieve reacties. Ik was superblij, maar vond het tegelijk doodeng. Het voelde alsof mijn droom ging uitkomen, maar ik moest het wel nog waarmaken. Ik dacht dat het nu of nooit was. Dat ik de deal nú moest closen, omdat ik anders nooit meer de kans zou krijgen. Nu besef ik wel dat dit nergens op slaat, maar op dat moment leek het alles of niets. In de trein, onderweg naar het gesprek met De Boekerij, was ik misselijk van de zenuwen. Mijn agent probeerde mijn verwachtingen nog een beetje te temperen, maar ik had al mijn hoop op deze uitgeverij gericht.

Een gerenommeerde uitgeverij aan de Amsterdamse grachten, dat was precies wat ik wilde. Ik wist dat ik het gesprek met Maaike le Noble zou hebben en zij had mij ooit naar aanleiding van mijn CJP-verhaal een kaartje gestuurd met de vraag of ik nog meer materiaal had omdat ze er interesse in had. Dat kaartje had ik bewaard en ik liet het haar zien. Die dag kreeg ik een aanbod voor een two-book-deal. Ik sprong een gat in de lucht, maar ik mocht het nog niet accepteren, want er was ook een bod van een andere uitgever en mijn agent regelde toen een veiling. Daardoor zat ik nog tien dagen in spanning, maar uiteindelijk kwam het verlossende antwoord dat het toch de Boekerij was geworden.’

Auteur Joyce Spijker signeert debuutroman Spotlight
Boekpresentatie van Spotlight
Boek twee

‘Met ‘mijn baby’ naar buiten treden vond ik doodeng. Maar mijn debuut werd positief ontvangen. Ik verkocht ruim 5.000 exemplaren, wat voor een debuut in Nederland hartstikke goed is. Tijd voor boek twee! Ik had nog nooit iets geschreven waarvoor ik al een contract had, en ik had last van prestatiedruk. (Zoals wel vaker gebeurt bij ‘een tweede’, leerde ik.) Ik wilde alle verwachtingen waarmaken en liever nog overtreffen. Omdat Spotlight door sommigen een feelgood werd genoemd, waar ik het absoluut niet mee eens was, wilde ik ook nog eens erg graag laten zien dat ik ook een thrillerschrijver was. Al die dingen speelden door mijn hoofd toen ik mijn tweede boek schreef: De Snoepfabriek. Ik had het op tijd af en leverde het in, maar het voelde niet goed. Ik had het gevoel dat het boek technisch een fiasco geworden was. Een paar weken voor het boek uitgegeven zou worden, trok ik het terug. Dat was geen leuke tijd. Ik voelde me een eendagsvlieg en het was rond mijn dertigste verjaardag, waardoor het allemaal nog zwaarwegender leek. Gelukkig stond de uitgeverij achter me. Ik ben erg blij met hoe ze toen gereageerd hebben, want mede daardoor kon ik even later blanco aan In de familie beginnen. Dat ging zo makkelijk en soepel. Binnen zes maanden was het af. Dat boek schreef ik echt in een flow. Superfijn.’

De magie van de verrassing

‘Ik vind het best wel bijzonder om te zien dat elk boek zijn eigen proces heeft. Nu werk ik weer heel anders aan mijn volgende thriller, die komend najaar verschijnt. Ik heb dit schrijfproces heel strak gepland en het concept van tevoren goed uitgedacht. Bijna als een non-fictie of een kortverhaal. Dat vind ik óók de lol van creatief zijn. Je wordt iedere keer verrast, het gaat steeds anders. En daardoor doe je soms dingen waarvan je niet wist dat je ze kon. Ik vind het construeren heel erg leuk, wat goed past bij het schrijven van een thriller. Maar de magie zit in de verrassing, van het onverwachte tijdens het schrijven. Ik heb nu bijvoorbeeld een personage dat in coma ligt, en zij heeft plots haar ogen geopend. Geen idee wat er nu gaat gebeuren, want dat was niet de bedoeling, maar dat schept weer allerlei mogelijkheden die ik niet voorzien of gepland had. Ik denk dat ik 80% schematisch werk en me voor de overige 20% laat meevoeren. Maar zonder die planning kom ik niet in die flow. Die heb ik dus wel heel erg nodig.’

Een creatief proces is pas af als het eindproduct geconsumeerd wordt.

‘Creatieve mensen hebben doorgaans de neiging om te roepen dat ze “het alleen voor zichzelf doen”, en ik vind eigenlijk dat we daar maar eens mee moeten stoppen. Dat is toch onzin?
Een creatief proces is wat mij betreft pas af als het geconsumeerd wordt. Het doel is dat de ander er iets mee doet. Een boek is niet voltooid als het op je pc staat, in je la ligt, en zelfs niet als het met een cover erom in de winkel ligt. Pas als het bij de ontvanger is, is het werk in mijn ogen voltooid. Ik doe het dus zeker niet alleen voor mezelf. Wat ik schrijf, moet geïnterpreteerd worden om waarde te hebben.
Misschien zie ik creativiteit ook wel als validatie zoeken voor je eigen bestaan. Vaak zijn creatieve mensen toch een beetje attentionseekers, met een drang om gezien te worden. Bij mij komt daar in ieder geval een deel van de motivatie vandaan.
Ik heb net van mijn uitgever te horen gekregen dat hij blij is met het eerste deel van mijn boek dat ik heb opgestuurd en daar krijg ik dan enorm veel power van om door te gaan. Maar dat heb ik dus met alles, ook met sporten.

Als ik alleen ben, doe ik mijn oefeningen halfslachtig, maar als ik een publiek heb, al is het maar één persoon die staat te kijken, ga ik me opeens uitsloven. De basis daarvoor ligt voor een deel in mijn karakter, maar ook ervaringen hebben me daarin gevormd. Zo werd ik vroeger een tijdje gepest en dat heeft nog steeds invloed op mijn gedrag en denken. Als ik het gevoel heb dat ik niet mee mag doen, word ik echt link.
Dit – mijn werk – is mijn manier om mijn plek te vinden. Ik probeer heel bewust om van mijn zwakke punten mijn kracht te maken en uit die ervaringen een positief effect te halen. Ik vind het bijvoorbeeld vreselijk om iemand teleur te stellen, maar daardoor werk ik dus extra hard om mijn afspraken na te komen. Ik gebruik dat bij het halen van mijn deadlines. Als ik iets beloof zal ik tot het uiterste gaan om me daaraan te houden. Het is mijn eer te na om toe te moeten geven dat het me niet lukt. Toch is het wel mooi hoe dingen ook kunnen veranderen. Vroeger was lezen, de wereld van boeken, een ontsnapping aan de werkelijkheid. Ik hoefde dan even niet met echte mensen te dealen. Nu gebruik ik het juist om contact te maken.’

Auteur Joyce Spijker
Zelf bepalen en beslissen

‘De beslissing om als zelfstandige te gaan werken, kwam nadat mijn man Sjoerd voor zichzelf begonnen was. Ik zag hem helemaal opbloeien en ik had ook vrienden die ondernemer waren. Dat trok mij ook steeds meer. Zelf bepalen en beslissen. Het imago van ambtenaar paste inmiddels ook niet meer bij me. Zo voelde ik me niet, als vervangbaar radartje in een grote machine. Ik gaf mezelf vier jaar om de switch te maken. 
Leven van enkel het schrijven van boeken is in Nederland maar weinig auteurs gegeven, maar ik kon mijn ervaring in de communicatie aanwenden en daar ook inkomsten uit generen. Uiteindelijk heeft het maar twee jaar geduurd voor ik de switch maakte. Er was een vacature voor 24 uur per week als blogger bij een bedrijf over timemanagement. Daarmee had ik een stukje vast inkomen. Dat werk heb ik een halfjaar gedaan, maar het viel tegen. Het bleek veel te veel te zijn voor die 24 uur per week en het kostte me bakken energie die ik liever in mijn andere projecten wilde stoppen. Toch heb ik geen spijt van die stap, want het bood me destijds wel de uitweg die ik zocht. Als “zekerheidsmeisje” had ik de stap van mijn vaste baan naar fulltime zelfstandige nooit zomaar durven zetten. Dit was een mooie tussenstap waardoor ik het wél aandurfde. Ik zou dit ook aanraden aan mensen in dezelfde positie, om al tijdens je vaste baan na te denken over een verdienmodel, al te oefenen met klanten en te zien of zij tevreden zijn en of je het zelf ook leuk vindt, en het vervolgens af te bouwen in stappen. Op die manier kun je eerder beginnen, rustig wennen en loop je geen onnodige risico’s.’

Wat je doet is niet uniek, maar de manier waarop je het doet wel.

‘Als ik een idee heb dat ik graag wil uitvoeren, redeneer ik vaak terug vanuit het eindresultaat: wat wil ik bereiken (en vooral waarom) en welke stappen moet ik zetten om daar te komen? Ik begin dus bij de stip op de horizon en vervolgens breek ik de weg daarnaartoe op in kleine stappen. Hoe kleiner de stappen hoe beter, want dat maakt het proces inzichtelijk en behapbaar. Het zet als het ware aan tot actie. Ik kijk wat er nodig is, welke kennis en vaardigheden ik al heb, en wat ik nog mis. Wat ik mis, vul ik aan. Dat doe ik door te leren (zo ging ik een extra opleiding doen om te leren schrijven en volg ik nog steeds specifieke cursussen), roep ik hulp in van mensen die daar ervaring in hebben en vraag ik tips aan mensen die het eerder hebben gedaan. Internet en Google zijn goud waard als het op research en netwerk aankomt en vaak merk ik dat met terugwerkende kracht ook eerdere werkervaring altijd wel van pas komt, ook als je het niet verwacht. Zie ik het niet meer zitten, dan bel ik huilend mijn beste vriendin op die me geruststelt of loop ik stampend door het huis. Als ik alle ingrediënten in kaart heb, begin ik bij het begin en leg ik stap voor stap de weg af richting eindresultaat. Soms gaat dat makkelijk en precies volgens verwachting, soms helemaal niet en moet je tussendoor bijsturen of van plan veranderen. Dat laatste vind ik wel eens lastig, maar een route is nooit een lange rechte weg, hij zit vol kronkels en bochten. Bovendien probeer ik steeds in gedachten te houden: ‘wat je doet is niet uniek, maar de manier waarop je het doet wel, dus geloof daarin.’

Hoewel Joyce iedereen zou aanraden om zijn passie naar een professioneel level te trekken, weet ze ook moeiteloos de nadelen te benoemen aan werk maken van een hobby.
‘Er zijn voor mij drie nadelen die belangrijk zijn om vooraf te kennen.
– De prestatiedruk groeit. Passie en creativiteit komen vaak voort uit vrijheid. Wanneer iets je werk is, associëren we het veel minder met vrijheid en sterker met moeten. Bovendien leggen we er een sterkere verwachting tot slagen op en speelt opeens ook een financiële prikkel een rol: hoef je geen geld te verdienen met je hobby, met je werk is dat anders. En falen in je werk klinkt een stuk heftiger dan ‘falen’ in je hobby. Die druk kan motiverend werken, maar ook beklemmend, waardoor je misschien minder plezier ervaart of een minder sterk resultaat bereikt. 
– Je bent je hobby kwijt. Een voor de hand liggende gedachte, maar wanneer je van je hobby je werk maakt, ben je je hobby kwijt. Waar je vroeger creatief bezig was om los te komen van je dag, voelt dat nu nog steeds als werk en moet je dus een nieuwe uitlaatklep vinden om (creatief) te ontspannen. Ik heb een tijdje geschilderd, juist omdat dat niets hoefde te worden. Waar schrijven opeens goed moest gaan nu het een baan was, mocht ik die schilderijen consequentieloos verpesten, dat gaf veel ruimte en was een effectieve ontspanning.
– Verwachtingen van anderen groeien. Niet alleen je eigen lat gaat omhoog wanneer je van je hobby je werk maakt, ook verwachtingen van anderen groeien. En dat geeft extra druk. Schrijf ik een verhaal of geef ik een speech op een begrafenis, dan denk ik al snel ‘nu verwachten mensen dat het goed is, want dit is mijn werk’. Dat kan leiden tot een stevigere beoordeling van je werk, ook door jezelf, maar ook tot eisen op het gebied van verkoop van bijvoorbeeld een uitgever.’  

Durf te falen, neem gecalculeerde risico’s en ‘zeg nee’. Drie essentiële tips voor een creatieve carrière.

‘Als je aan jezelf twijfelt, of aan een idee, vergeet dan nooit het waarom erachter. Waarom wil je het doen? Mij helpt dat altijd om mijn focus te hervinden en dat is belangrijk als je een carrière wil bouwen in een creatieve sector. Dat is vaak lastig, want alles is leuk en fantastisch, dus het is makkelijk je te laten meeslepen. Dat is me regelmatig overkomen. Door eerst de breedte in te gaan, leer je veel, maar blijft de gewenste hoogte (succes) soms uit. Je kunt niet twee kanten tegelijkertijd uit groeien. Wil je een relatief snelle carrière, dan is focus noodzakelijk, hoe lastig dat ook is. Verbreding komt later vanzelf als je je positie hebt geclaimd. Dat wil niet zeggen dat je alles dicht moet timmeren, blijf spelen en hou het leuk, maar een richting bepalen, en je daar een tijdje aan houden, loont. Mijn drie beste tips? Durf te falen, neem gecalculeerde risico’s en ‘zeg nee’ zijn essentieel in een creatieve carrière. Dan kom je een heel eind.

Ik haal veel inspiratie uit podcasts, e-courses en boeken.

  • Ik heb veel geluisterd naar Jef Goins – The Portfolio Life en ik vind de interviews van de 100% inspiratieshow van Thijs Lindhout erg inspirerend. Ik luister ook graag naar Camera Loopt van Anna Drijver. Die eerste gaat meer over mindset, die laatste over passie in de filmindustrie. Podcasts zijn ook perfect als researchmateriaal. Zo weet ik nu veel meer over film dankzij die podcast en kan ik dat gebruiken als materiaal. Soms luister ik ook specifieke podcasts over ondernemen (IMU Podcast, Eelco de Boer) of schrijven (Well storied podcast, The creative writers toolbelt).
  • Op het gebied van ondernemen, zijn Zarayda Groenhart (zichtbaarheid) en Floortje Lopez (branding) voor mij inspiratiebronnen.
  • Ik volg de Masterclass online classes over schrijven. Mijn tip: kijk wie je bewondert en probeer van hem/haar lesmateriaal, boeken, webinars, coaching, etcetera te krijgen. Learn from the best. Binnenkort ga ik voor het eerst een cursus in branding en ondernemen doen van een dag, benieuwd hoe dat bevalt. Kies vooral uit waar je nog op moet verbeteren, die thema’s helpen je het best. O! En lees/kijk interviews met je favo auteurs, ze delen vaak interessante inzichten die je verder helpen.
  • Over schrijven heb ik een aantal Nederlandse boeken, maar lees ik vooral veel via Amazon. Voor een paar dollar koop je nuttige e-books over het onderwerp waar je meer over wil leren. Enkele aanraders op het gebied van schrijven en ondernemen, vind ik:
    • My Story can beat up your story – Jeffrey Alan Schechter
    • Building a story brand – Donald Miller
    • Do it scared – Ruth Soup
    • How to market a book – Joanna Penn
    • 10.000 words per day – Mason Sabre
    • Fool Proof Outline -Christopher Downing
    • Productivity for creative people – Mark McGuiness
    • On writing well – William Zinsser
    • How to make money blogging – Bob Lotich
    • Outlining your novel – K.M. Weiland
    • Let’s write a short story – Joe Bunting

Als je creatieve werk niet lukt, maakt je dat geen slechter mens. Als je een negatieve review krijgt, maakt jou dat niet minder waard. 

IJVR staat voor het doorbreken van muren die jou in de weg staan. Joyce noemt meteen een karaktereigenschap die voor haar als een persoonlijke muur voelt. ‘Dat is perfectionisme – en daarbij horend de lat heel hoog leggen, angst tot falen en imposter syndrome. Als creatieve ondernemer helpt het om jezelf uit te dagen om het beste uit jezelf te halen, maar als je de opdracht te groot maakt, dan blokkeert dat alleen maar, is mijn ervaring. Ambitie is waardevol, maar als gevolg daarvan heb ik ook tien jaar niet geschreven (tussen 17 en 27 jaar) omdat ik vond dat áls ik schreef, het bijna Nobelprijswaardig moet zijn. Dat is jammer, want dan groei je tien jaar lang niet en heb je geen plezier. Die torenhoge ambitie stimuleerde mijn creativiteit niet, maar zorgde voor bevriezing. De manier om die muur te overwinnen is om dat grote doel op te delen in kleinere doelen en die na te streven. Die zijn minder intimiderend en daardoor motiverender. Bovendien heb ik moeten leren:
A) dat het niet nú hoeft. Geduld en ontwikkeling zijn een schone zaak. Als het meezit word je met ieder boek/schilderij/liedtekst beter en groei je. Je kunt er niet meteen morgen zijn. En dat hoeft ook niet. Vind ik nog steeds lastig, maar het helpt om dat in je hoofd te houden.
B) om mijn werk los te koppelen van mijn eigenwaarde. Als je creatieve werk niet lukt, maakt je dat géén slechter mens, als je een negatieve review krijgt, maakt jou dat niet minder waard. Door het aan elkaar te koppelen (ik ben mijn werk), maak je jezelf enorm kwetsbaar. 
Geduld hebben en jezelf en zelfvertrouwen durven loskoppelen van je werk zijn nog mijn grootste uitdaging, maar daarin heb ik sinds die eerste steen van die muur is weggehaald al veel geleerd. Durf dus, ongeacht het resultaat, alleen dan kom je vooruit.’

auteur Joyce Spijker