De ontwerper: Daphne Fase- Kortekaas



Daphne Fase- Kortekaas (1988) studeerde in 2008 af als grafisch vormgever aan het Grafisch Lyceum te Rotterdam. Op haar vierentwintigste had ze al haar eigen onderneming. Afgelopen jaar maakte ze met haar bedrijf Dapph Design een enorme groei door. Onder andere ontwierp ze de complete huisstijl van ijvr.

‘Vroeger wilde ik óf iets met tekenen gaan doen, óf iets met archeologie. Het is het eerste geworden. Tekenen vond ik altijd al geweldig om te doen en mijn interesse voor archeologie kwam vooral voort uit mijn fascinatie voor kunstgeschiedenis. Het ondernemerschap heb ik meegekregen van mijn vader. Mijn moeder werkt met dementerende ouderen in een verpleeghuis en is niet zo creatief aangelegd. Maar mijn vader wel. Hij maakt marmer- en houtimitaties. Op zaterdag gaf hij les.

Ik ging dan vaak met hem mee. Tussen alle schildersezels zat ik als achtjarige achterin het klaslokaal te tekenen. Dan zette mijn vader bijvoorbeeld twee stippen aan iedere zijde van het papier en zei: ‘vandaag leren we om diepte te tekenen’. Twee uur later kwam hij dan weer kijken en dan had ik een heel gebouw getekend. Ik vond dat echt ontzettend leuk om te doen. Ook leerde hij me kalligraferen, wat ik toepaste op mijn werkstukken voor de basisschool. Mijn vader heeft mijn creativiteit echt toegejuicht.’

Tussen alle schildersezels zat ik als achtjarige achterin het klaslokaal te tekenen.

Op school miste Daphne die creativiteit wel. ‘Ik ben heel erg beeldgericht. Ik vond Nederlands een moeilijk vak en ik weet nog dat we op de basisschool bij zinsontleding met verschillende kleuren potlood de persoonsvorm, het onderwerp, de voorzetsels, enzovoort moesten onderstrepen. Elke kleur had dus zijn eigen functie, maar ik kon dat allemaal niet ontcijferen en vond het ook helemaal niet interessant.
Wat ik wél interessant vond, waren al die mooie kleurtjes. Ik keek helemaal niet naar de woorden, ik zette gewoon streepjes onder de zinnen in een patroon dat ik mooi vond. Ik was er ontzettend trots op en ik vond mijn blad vele malen mooier dan dat van mijn  klasgenoten die zich aan de opdracht hadden gehouden.

Toen de juf zag wat ik gedaan had, keek ze me afkeurend aan en zei alleen: ‘Dit is fout.’ Dat vind ik nog steeds jammer. Ze had ook kunnen zeggen: ‘Dat was niet de opdracht, maar je hebt er wel iets moois van gemaakt.’
En dat vind ik nu net het mooie aan ontwerpen. Het is nooit fout.’
Dat haar voorkeur uitging naar de abstracte kunst had Daphne ook al snel door. ‘Realisme vind ik mooi, maar het laat mij te weinig ruimte voor eigen interpretatie. Dat kan ik wel in het abstracte vinden en dat is ook wat ik interessant vind aan grafisch werken. Je nodigt mensen uit om zelf na te denken over wat ze zien. Doordat ze hun eigen visie kunnen vormen, komt er een verbondenheid tot stand tussen het werk en de ontvanger.’

Op de middelbare school voelde ze zich niet echt thuis. Het VMBO bood niet de studierichtingen die ze interessant vond. Tot het tweede jaar, want toen maakte ze de keuze voor een nieuwe richting: ICT. ‘Ik had amper nog achter een computer gezeten toen ik die richting koos, maar het sprak me veel meer aan dan de andere opties. Ik kwam in een klas met 24 jongens en vier meiden. En ik heb er vanaf dat moment een geweldige tijd gehad. Daar leerde ik ook met Photoshop werken en toen ging er echt een wereld voor me open. Ik leerde hoe ik mijn tekeningen kon digitaliseren. Daardoor ontdekte ik allerlei nieuwe mogelijkheden. Ik kon kleuren veranderen, lettertypes kiezen en matchen, allerlei vormen gebruiken. Dat vond ik heel interessant.’

Het voelde alsof er geen eindpunt in zicht was, in de zin van: zo hoort het. Alles was mogelijk.

Voor Daphne was het duidelijk: in deze richting wilde ze verder. Na de middelbare school ging ze naar het Grafisch Lyceum in Rotterdam. ‘Vanaf het moment dat ik daar binnenstapte had ik het gevoel dat dit mijn school was. Ik vond alles leuk: de mensen die ik leerde kennen, de vrijheid in de opleiding, maar ook de behulpzaamheid van leerlingen onderling en ook vanuit de leraren. Doordat de vrije interpretatie zo belangrijk was, werd me niets opgelegd. Dat vond ik zó fijn. Ik weet niet precies hoe ik het moet uitleggen, maar het voelde alsof er geen eindpunt in zicht was, in de zin van: zo hoort het. Alles was mogelijk.’

Tijdens haar opleiding leerde ze het belang van conceptontwikkeling. Een mooi logo is leuk, maar pas als er een sterk concept achter zit, kan het ontwerp echt effectief worden. Nog steeds is dat het belangrijkste uitgangspunt van haar huidige werk. ‘Ik merk dat een logo veel beter aankomt bij mensen als je vanuit een visie werkt. Als ik een presentatie geef aan een opdrachtgever, begin ik dan ook altijd met het eindresultaat dat hij met zijn bedrijf voor ogen heeft. Waar wil hij naartoe? Wat is zijn visie, wat wil hij bereiken? Welke elementen zijn daarbij voor hem belangrijk? Welke kleuren passen daarbij vanuit de kleurenpsychologie? Pas op het eind onthul ik dan het uiteindelijke ontwerp en laat ik zien hoe ik dat allemaal heb samengebracht. Vaak zien mensen dan meteen dat het klopt. De kleur is gaaf, een vorm is mooi, een lettertype spreekt aan, maar het gaat om de betekenis erachter. Die zorgt dat al die puzzelstukjes samenkomen in een geheel dat klopt.’

Een sterk logo is meer dan alleen mooi. Het gaat om het ‘waarom’.

Tijdens haar stages leerde Daphne al snel wat voor soort werk haar goed – en minder goed – lag. Dat ze een bepaalde mate van vrijheid nodig had om geboeid te blijven, werd haar daar al snel duidelijk. ‘Mijn eerste stage was bij een zeepfabrikant, waar ik een hele verpakkingslijn voor kinderen mocht ontwerpen. Ik werd daar helemaal in vrijgelaten en moest me verdiepen in de denkwereld van kinderen. Heel leuk om te doen. Daarna ging ik stage lopen bij een reclamebureau en dat lag me dan weer niet zo goed. Soms voelde het bijna als productiewerk. Dan moest ik een poster maken en kreeg ik het beeld en de tekst aangeleverd en het bestand van de vorige poster die we voor die klant gemaakt hadden. Het was een invuloefeningetje. Puur dtp-werk. Op zich niet verkeerd, want zo heb ik wel goed de basis geleerd. Alleen was er geen ruimte voor creativiteit.’

Na haar afstuderen wilde Daphne bij een klein bureau werken. ‘Daar mag je alles doen. Als ik een brochure maakte, bedacht ik de vormgeving en werkte ik die ook helemaal zelf uit. Ook maakte ik complete huisstijlen. Het werk was leuk, maar ik wilde ook zelf dingen maken. Naast mijn baan in loondienst begon ik dus kleine opdrachten aan te nemen. Af en toe een geboortekaartje of een uitnodiging. Maar ook weleens een brochure voor een bedrijf. Toen het met het bedrijf waar ik voor werkte minder goed ging, en ik gekort werd in uren, besloot ik mijn eigen opdrachten serieuzer te nemen. Ik schreef me in bij de Kamer van Koophandel. Dat was in 2012.

Ongeveer drie jaar lang bleef ik het werken aan eigen opdrachten combineren met mijn vaste baan. Tot mijn toenmalige werkgever met pensioen ging en het bedrijf stopte. Toen kon ik twee kanten op. Een nieuwe baan zoeken, of me helemaal richten op mijn eigen bedrijf. Ik heb toen allerlei bedrijven benaderd onder het motto: ik ben te huur of te koop. Ze konden me als freelancer inhuren voor opdrachten, maar ze konden me ook in vaste dienst aannemen. In eerste instantie rolde daar toch weer een vast dienstverband uit. Dat was bij Koenders Design in Breda. Daar heb ik ontzettend veel geleerd. Vooral in het conceptueel denken ben ik daar enorm gegroeid, omdat mijn werkgever daar heel sterk in was. Hij hamerde echt op het concept, de visie, als basis voor het werk.
Soms werkte ik daar bijvoorbeeld drie weken lang aan een logo-ontwerp. Nog nooit was ik daar zolang mee bezig geweest. Mijn werkgever kwam steeds kijken wat ik aan het doen was, en elke keer kreeg ik nieuwe aanwijzingen, vanuit een andere kernwaarde. Ik merkte dat ik dat heel leuk vond om te doen. Ik leerde anders naar een opdracht te kijken. In tegenstelling tot mijn werk bij vorige werkgevers, was de balans tussen creatief en technisch werk heel goed. Ongeveer 80% creatief en 20% dtp-werk. Dat is de verdeling die mij het meest trekt. Zonder die 20% kun je als ontwerper ook niet. Zeker niet als je zelfstandig werkt. Volgens mij is iedere designer perfectionistisch aangelegd, en daarom wil ik ook de afwerking in eigen hand houden. Zo weet ik zeker dat die op hetzelfde hoge niveau is als het ontwerp zelf.’


Ik liet niet zien wat ik waard was, ik liet mezelf niet zien.

Volgens mij is iedere designer perfectionistisch aangelegd.

Sinds 2016 werkt Daphne geheel als zelfstandig ondernemer. Via-via wisten steeds meer klanten haar te vinden. Acquisitie deed ze in die periode nauwelijks. Ook na de geboorte van haar jongste dochter in 2017 deed ze het een poosje rustigaan.
‘Ik heb echt van die eerste maanden samen genoten. Dat was heel fijn. Maar we hadden dat jaar ook wat grote uitgaven, en een leuke vakantie geboekt, dus financieel gezien moest er echt weer wat gebeuren. Hoewel het best goed ging met mijn werk, had ik toch het gevoel dat ik er niet alles uithaalde. Ik besloot dat ik meer doelen voor mezelf moest stellen. Ik wist dat ik veel kon, wat ook steeds bevestigd werd door tevreden klanten. Maar toch had ik het gevoel dat ik er niet alles uithaalde. Ik liet niet zien wat ik echt waard was, en meer in letterlijke zin: ik liet ook mezelf niet zien.
Opdrachtgevers vinden het toch vaak heel belangrijk dat ze een gezicht kunnen koppelen aan het bedrijf waarmee ze zaken doen. Dat schept een gevoel van vertrouwen. Mijn eerste stap was dus mezelf prominenter neerzetten. Ik liet goede foto’s maken, bouwde een nieuwe website en liet me vaker zien op netwerkborrels.
Ook maakte ik drie pakketten van mijn diensten: Basic, Start en Pro. Zo is het voor klanten duidelijker wat ik te bieden heb.
Doordat ik mezelf serieuzer nam, werd ik veel zelfverzekerder. Als ik nu terugkijk op het afgelopen jaar, dan zie ik dat ik niet alleen als ontwerper ontzettend gegroeid ben, maar zeker ook als persoon. Ik durf er nu echt te staan.’

Ontwerp het werk naar de klanten die je wil hebben.

Het afgelopen jaar heeft Daphne dus veel gebracht. Maar waar lag het nu aan dat ze juist nu deze stappen wist te maken? Wat is hierin de succesfactor geweest?
‘Ik denk dat ik altijd wel wist wat ik kon, maar ik had de opdrachtgevers er niet naar. Daardoor kon ik niet altijd mijn creativiteit kwijt. Er is een uitdrukking: Dress for the job you want. Laatst las ik van een bekende ontwerper een variatie op die quote: ontwerp het werk naar de klanten die je wil hebben. Daar heb ik heel veel aan gehad. Ik ben veel meer eigen werk gaan maken. Ik ging aan de slag met projecten die ik zelf bedacht. Opdrachten die ik gehad zou willen hebben. 

Ten eerste werd ik daar heel gelukkig van, omdat ik er al mijn creativiteit in kwijt kon. Maar ik leerde ook nieuwe dingen die ik kon toepassen in andere opdrachten.
Een leuk voorbeeld is dat ik een bepaald penseel in illustrator wilde uitproberen. Op dat moment zat ik een paprika te eten, dus besloot ik zomaar spontaan een paprika te tekenen.
Dat werd zó leuk, dus toen wilde ik weten hoe het eruit zou zien als ik een prei maakte. En een broccoli. Zo ging ik verder.
Hieruit is het project HUSO geboren.

De naam staat voor Hutspot en Soep. Want ik dacht: hoe kan ik al die groentes nu bij elkaar brengen in een concept? Ik ging er helemaal in op. Ik maakte menukaarten, een logo, verpakkingen en werkte zo het hele project uit. En dat werd zo leuk! En nog leuker is dat ik inmiddels de illustraties nog heb kunnen verkopen ook. Iemand voor wie ik al eerder een huisstijl gemaakt heb, was nu bezig met een kookboek en die was heel enthousiast en wilde de illustraties hebben. Een succesfactor benoemen, vind ik erg moeilijk,
maar dit is wel echt mijn kracht. Het conceptueel en beelddenken. Soms verras ik mijn opdrachtgevers echt met mijn inbreng, omdat ik zoveel mogelijkheden voor me zie om een concept helemaal kloppend te maken.’

Het conceptueel en beelddenken is mijn kracht.

De ervaring die ze opgedaan heeft in loondienst had ze niet willen missen, maar door het zelf ondernemen heeft Daphne meer geleerd dan ze ooit voor mogelijk gehouden heeft. ‘Ik zal nooit klaar zijn met leren. Ik ontwikkel mijn talenten nu veel meer dan ik ooit in loondienst had kunnen doen. Met een vaste baan zit je acht uur lang achter je bureau en je móét productief zijn, ook als je er helemaal niet voor in de stemming bent. Nu moet ik helemaal niets.
Als het even niet lukt, ga ik naar buiten, of ik haal een bakje koffie. Juist doordat ik het niet hoef te forceren, ben ik veel productiever. Want daarna lukt het wél.
Het leerproces zit voor mij vooral in het doen. Bezig zijn aan nieuwe opdrachten en vrije projecten. Voor inspiratie zoek ik veel op Youtube.
Voor ontwerpers is The Futur (vooral met zijn Youtube-kanaal) een aanwinst. Concrete bronnen die ik regelmatig raadpleeg voor inspiratie zijn verder nog:

  • Ashley Mary, haar kleurgebruik is zo inspirerend.
  • We love branding (via Instagram) Zo ontdek ik altijd nieuwe ontwerpers die mij inspireren.
  • Yossi Belkin, hij maakt zulk eenvoudig, prachtig werk. Daar ben ik gewoon heel erg fan van.

Mijn inspiratie komt verder vooral uit toepassingen die ik in het dagelijks leven tegenkom. Ik stel mezelf de hele tijd vragen. Ik loop langs een boekhandel en kijk naar de belettering, naar de covers in de etalage. Ik zie overal patronen en vormen. Een kleedje dat op tafel ligt. De kleuren op een menukaart. Daar ga ik over nadenken en soms komt daar iets uit wat ik kan toepassen in mijn opdrachten.’

Ik zie veel voordelen aan het combineren van het moederschap en mijn eigen onderneming. 

Door praktische bezwaren heeft Daphne zich nooit echt laten tegenhouden om voor zichzelf te beginnen. Ze is oplossingsgericht en positief ingesteld. Daarnaast kreeg ze ook – al vanaf het begin – steun van haar man. ‘Hij geloofde al in me voor ik dat zelf echt durfde. Daarmee heb ik het natuurlijk ook wel getroffen. De financiële onzekerheid was voor ons allebei geen reden om het niet te proberen. Natuurlijk scheelt het dat we zijn inkomen als basis hebben. Doordat ik thuis werk hebben we ook kunnen besparen op kinderopvang, dat is dan weer een voordeel. En gelukkig krijg ik op mijn werkdagen hulp van mijn ouders en schoonouders. Mijn man heeft ook een werkdag ingeleverd om bij de kinderen te zijn. Zo kan ik drie dagen echt productief werken. Ik zie juist veel voordelen aan het combineren van het
moederschap en mijn eigen onderneming. Ik kan alles zelf plannen. Dat moet dan ook wel goed gebeuren. Maar als je het goed regelt, kun je veel voor elkaar krijgen.

Het is een grote kracht om van jezelf te weten wat je allemaal niet kunt.

De financiële onzekerheid betekent soms ook dat ik wat dingen moet laten, al heb ik eigenlijk helemaal niet het gevoel dat ik dat doe. Het ondernemen brengt me juist veel meer dan dat het me kost. Ik heb ook niet zulke grote wensen. Voor mij zitten de geluksmomentjes toch vaak in de kleine dingen. Ik zie ook wel dat sommige mensen wereldreizen maken, of de duurste designerkleding dragen. Maar dat hoef ik allemaal niet. Ik ga graag met de caravan naar Italië, ik bestel liever lekker eten thuis dan dat ik naar een duur restaurant ga, van een lekkere koffie kan ik ontzettend genieten, of van gezellig lunchen of een weekendje weg met vriendinnen. En een broek die goed en lekker zit, draag ik tot de draad toe af, dus tassen vol nieuwe kleding zie je me niet vaak kopen. Ik hoef niet alles te hebben, maar tegelijk heb ik alles wat ik maar wil.’
De minder leuke kanten van het ondernemen, weet Daphne echter snel te benoemen. ‘Administratie. Vreselijk. Dat heb ik vanaf het prille begin uitbesteed. Gelukkig kon ik destijds een gunstige regeling treffen met mijn accountant. Nu betaal ik hem wel het normale tarief, want ik vind: het gemak dat het je oplevert, mag ook wat kosten.Het is echt een misvatting dat je als ondernemer alles zelf moet kunnen. Het is ook een hele grote kracht om van jezelf te weten wat je allemaal niet kunt.

Kleuren en vormen begrijp ik, maar cijfers zijn voor mij ongrijpbaar. En ik heb helemaal geen zin om de hele dag in excelsheets te rommelen. Vaak denken mensen dat ze goedkoper uit zijn door het zelf te doen, ook als ze er helemaal niet goed in zijn, of er gewoon niets aan vinden. Terwijl, als je die tijd zou besteden aan iets waar je wél goed in bent, dan bereik je veel meer. Ondernemers rekenen vaak hun eigen uurloon niet mee, maar als je dat eens uitrekent, schrik je ervan wat het kost om jezelf bezig te houden met zaken waar je niet goed in bent. En dan moet je vaak alsnog een professional inhuren om de zaak op orde te brengen. Gek genoeg kom ik op die manier ook best vaak aan klanten. Ze denken dan dat ze zelf wel even iets kunnen ontwerpen, maar zijn er vervolgens dagenlang mee bezig, zonder het gewenste resultaat. 

Dan kloppen ze alsnog bij me aan omdat ze niet tevreden zijn. Als je dat nu meteen gedaan had, had je je eigen kostbare tijd veel beter kunnen besteden.’
Een tip die Daphne heeft voor ondernemers die meer uit hun bedrijf willen halen, is het stellen van duidelijke doelen.
‘Zelf stel ik maanddoelen. Zo heb ik concreet voor ogen wat ik wil bereiken en daardoor doe ik ook beter mijn best. Het komt niet vanzelf naar me toe, dus met afwachten schiet ik niets op.
Ik stel doelen voor het soort opdrachten dat ik wil doen, maar ook voor een bepaald bedrag dat ik per maand wil verdienen. Dat stimuleert me om actief aan het werk te gaan. Me te laten zien op social media, en binnen mijn netwerk. Op die manier werkt acquisitie voor mij het best.’

Ik heb een echte werkersmentaliteit en ben niet vies van hard werken.

ijvr Staat voor het doorbreken van de muren die jou in de weg staan. Voor Daphne was de financiële crisis – die toen ze in 2008 afstudeerde in volle gang was – een groot struikelblok.
‘Ik kon geen werk in mijn eigen vakgebied vinden. Ik solliciteerde overal, maar er waren gewoon geen vacatures. Toch is er altijd werk te vinden. Ik heb een echte werkersmentaliteit en ben niet vies van hard werken. Daarnaast woonde ik op mezelf, dus ik had gewoon een inkomen nodig. Zodoende heb ik tien maanden lang in de thuiszorg gewerkt.
Ik maakte twee huishoudens per dag schoon. Dat was niet wat ik wilde, maar het moest toen gewoon. Toch heb ik er wel wat van opgestoken. In de eerste plaats dat ik schoonmaken totaal niet leuk vind. En ten tweede hoe ik het dan toch zo snel en efficiënt mogelijk kan doen. Thuis verdelen we die taken overigens, dus ik hoef het niet alleen te doen. 

Maar ik weet nu wel precies hoe ik het zo snel en grondig mogelijk kan doen. Dat komt me als ondernemer ook weer van pas.
Hard werken staat voor haar echter niet gelijk aan veel werken. ‘Dat is ook zo’n misvatting. Hard werken betekent voor mij: de schouders eronder zetten en iets je volle aandacht geven. Maar ik breng daar wel structuur in aan, zodat ik niet 24 uur per dag met mijn werk bezig ben.
Aanvragen voor offertes handel ik zo snel mogelijk af. Op die manier hou ik het overzicht. En verder maak ik planningen. Ik hou ervan om in blokken te werken, bijvoorbeeld: deze ochtend werk ik concepten uit.
Dan ben ik dus bezig met nadenken over kernwaarden en de missie. En als ik dan klaar ben, neem ik er nog wat taken bij, maar mijn dagdoel is dan al bereikt. Het ontwikkelen van mijn eigen werkboek is ook een tool
voor mij om efficiënt te werken.

Eigenlijk is het hele leven een hindernisbaan en er zit geen finish aan.

Het werkboek is huiswerk dat ik aan de klant meegeef. Zelf al die vragen met ze doorlopen, zou me heel veel tijd kosten. Nu laat ik het door de klant zelf invullen en ondertussen werk ik aan mijn andere opdrachten. Met het ingevulde werkboek kan ik veel gerichter voor de klant aan de slag. Ik vertaal zijn antwoorden naar een moodboard en aan de hand daarvan kan ik met de klant verder de tunnel in, die steeds smaller wordt naar het eindproduct toe: de huisstijl, of de identiteit.’
Nu ze meer ervaring heeft, heeft Daphne meer vertrouwen in haar eigen kunnen. En dat betekent niet alleen dat ze meer opdrachten durft aan te nemen. Het komt nu ook weleens voor dat ze nee verkoopt. ‘Door mijn onzekerheid dacht ik vroeger vaak dat ik niet goed genoeg was. Dat ik sommige ontwerpen gewoon niet kon maken.  Maar ik kan het wel. En ik héb het inmiddels ook gedaan. 

In principe kan ik alles maken, ook als het niet mijn eigen stijl is. Maar tegenwoordig kan ik ook inschatten welke opdrachten ik beter kan weigeren. Opdrachten die echt niet bij me passen. Maar bijvoorbeeld ook als ze vragen of ik het gratis wil doen. Vaak wordt er dan wel een tegenprestatie geboden, maar daar kan ik mijn rekeningen niet mee betalen. Dus daar zeg ik nu ‘nee’ tegen. Of eigenlijk zeg ik dan toch ‘ja’, maar dan tegen mezelf. Dat is ook iets wat ik geleerd heb. Om nog even terug te komen op die muren:  eigenlijk is het hele leven een hindernisbaan en er zit geen finish aan. Je kunt jezelf steeds nieuwe doelen stellen en het is ook helemaal niet erg om sommige doelen niet te bereiken. Het kan net zo mooi zijn om te zeggen: ik heb het geprobeerd en ik ga nu wat anders doen. Als het ene niet werkt, werkt het andere wel. Dat hoort óók bij ondernemen.’