De filmmaker: Jamel Aattache


Toen zijn jeugddroom om piloot te worden in duigen viel, ontdekte Jamel Aattache (1974) haast per toeval zijn passie voor filmmaken. Twintig jaar werkte hij hard om zichzelf het vak aan te leren. Hij was drieëntwintig toen hij vol bravoure stopte met studeren om zijn eerste film te maken. Daarna volgden korte films, videoclips, lipdubs en de martial arts bioscoopfilm Fighting Fish. Ook regisseerde hij 20 afleveringen van de populaire serie ZOOP. Maar het grote succes bleef uit. Tot dit jaar, want zijn romcom Zwaar verliefd! behaalde binnen tien dagen de Gouden Film-status. We ontmoeten Jamel op het terras van Hart van Brabant in Den Bosch, een van de filmlocaties uit Zwaar verliefd! met uitzicht op de Sint-Janskathedraal die ook uitgebreid in beeld komt. Voor IJVR vertelt hij over de lange weg die hij heeft afgelegd om te komen waar hij nu is.

‘Als kind was ik al een verhalenverteller. Dat merkte je aan mijn manier van spelen met mijn lego en transformers. Elk kind heeft een grote fantasie, maar bij mij ging dat misschien nog iets verder. Ook spreekbeurten geven, of een opstel schrijven, vond ik geweldig om te doen. Ik was altijd bezig met mijn fantasie. En vooral: met verhalen vertellen. Ook was ik altijd al filmliefhebber. Dat heb ik van mijn vader, maar toch zag ik daar pas op relatief late leeftijd een carrière in. Dat komt omdat ik als kind piloot wilde worden. Mijn opa en mijn oom waren piloot en als kind hoorde ik de verhalen en zag ik de foto’s. 

Dat vond ik hartstikke stoer. Dus toen ik achttien was, wilde ik bij de luchtmacht. Helaas had ik een minimale afwijking aan mijn ogen. Zo klein dat ik er nu nog steeds geen bril voor nodig heb, maar toch werd ik daarop afgekeurd. Misschien achteraf maar goed, want later ontdekte ik ook dat ik een beetje last van hoogtevrees heb. Maar op dat moment was het een enorme tegenslag. In één klap viel mijn hele toekomstbeeld in duigen en ik had geen idee wat ik met de rest van leven moest beginnen.Vreselijk was dat. Een van de meest onzekere periodes in mijn leven.’

In één klap viel mijn hele toekomstbeeld in duigen. 

Dat een kantoorbaan van negen tot vijf te saai voor hem zou zijn, dat wist Jamel toen al. Maar wat moest hij dan? Een moeilijk jaar volgde, waarin hij ook nog zakte voor zijn HAVO examen. ‘Ik had wiskunde B in mijn pakket, omdat dat verplicht was voor de luchtmacht, maar ik stond een drie voor dat vak. Dat was met geen mogelijkheid te compenseren, dus ik moest het jaar over doen. 
Allemaal voor een vak dat ik achteraf niet eens nodig bleek te hebben.
Ik wisselde het daarom in voor iets makkelijkers. Maatschappijleer of zo. Toen slaagde ik wel.’ Daarna bekeek hij de zaak van de praktische kant. Hij koos een studie die zo breed mogelijk was en ook zo dicht mogelijk bij huis. 

Dat werd Cultureel Maatschappelijke Vorming, gericht op de vrijetijdskunde in Rotterdam. Het eerste jaar bevatte ruim veertig vakken, waaronder Spaans, maatschappijleer, en ook een cursus over filmmaken. En daar viel het kwartje.
‘Dat was zó leuk. Eindelijk kwam ik erachter wat ik wilde met de rest van mijn leven. Ik raakte onmiddellijk gefascineerd door de magische wereld van film. Wat zat daar achter? Ik nam de opdrachten ook veel serieuzer dan mijn medestudenten. Waar zij allemaal gekke filmpjes maakten, leverde ik serieus werk af. Van montage wist ik niets, maar ik editte tijdens het filmen. Heel intuïtief eigenlijk. Het viel mijn docent op. Zoiets had hij nog nooit gezien.’

Ik dacht: als ik dit ga doen, dan wil ik het nu doen. Een beetje naïef was dat wel. Maar ik wilde niets anders meer dan films maken.

Filmmaker Jamel Aattache

Het was ook zijn docent die Jamel stimuleerde om naar de filmacademie te gaan. Maar een studie van vier jaar, daar had hij eigenlijk niet zoveel zin in. Hij wilde meteen aan de slag. Dus besloot hij van school te gaan na zijn tweede studiejaar. ‘Ik dacht: als ik dit ga doen, dan wil ik het nu doen. Een beetje naïef was dat wel. Maar ik wilde niets anders meer dan films maken. Aan de zijlijn kreeg ik nog wat steun van mijn docenten. Ik wist toen heel zeker dat ik dit de rest van mijn leven wilde doen en had het gevoel dat een studie me alleen maar zou ophouden. Dus ben ik op mijn 23e gewoon mijn eerste film gaan maken. So be it is de titel. Dat was in 1998.’

Filmmaker Jamel Aattache

Gewoon dóén dus. Dat klinkt goed, maar hoe pak je zoiets aan zonder connecties en ervaring? ‘Ik ben gewoon mensen gaan bellen die net afgestudeerd waren van de filmacademie. Er waren nog geen social media, dus ik hing briefjes op in Amsterdam met mijn telefoonnummer. Zo kreeg ik een leuke, grote groep mensen bij elkaar. Het voelde alsof ik de enige was die niet wist wat hij deed, maar daar stond ik nauwelijks bij stil. Ik heb heel veel van die film geleerd, vooral door het gewoon te doen en ook door fouten te maken. Eigenlijk ben ik te snel aan de slag gegaan, maar zo ben ik nu eenmaal. Mijn ongeduld is soms mijn valkuil, maar het heeft me ook veel gebracht. Ik leverde toch een speelfilm van negentig minuten af die in heel Nederland op dvd te koop was. Met Daan Schuurmans erin!’

Na die eerste film, maakte hij een aantal korte films. De omgekeerde wereld, want de meeste mensen doen dat andersom. ‘Veel logischer,’ zegt Jamel nu, ‘maar dat is weer mijn ongeduld. Toch vond ik het wel belangrijk om de basis te leren en ervaring op te doen. Naast mijn eigen projecten kon ik via-via videoclips gaan maken voor TMF. Videoclips waren in die tijd ontzettend belangrijk. Soms waren het gewoon mini-films, met een echt verhaal en alles erop en eraan. Ik mocht eerst mee als kabelsjouwer, werd daarna camera-assistent en zo klom ik verder. Dat was heel leuk en leerzaam.’
Uiteindelijk vond hij dat hij klaar was voor een bioscoopfilm. Die kwam in 2004 uit. Fighting Fish met o.a. Chantal Janzen en Jennifer de Jong, een martial arts film die zich in Nederland afspeelt.
‘Ik had me laten inspireren door Crouching Tiger, Hidden Dragon. Die film had net meerdere Oscars gewonnen. 

De schoonheid van de vechtkunst staat centraal, maar het is ook een liefdesverhaal. Die bedoeling had ik ook. Ik wilde het kunstzinnig aanpakken. Ik heb er een bijna balletachtige film van gemaakt, met mooie choreografieën.
Op de vechtscènes kreeg ik kritiek dat het niet hard genoeg was, maar het ging me ook juist om de schoonheid van de bewegingen. In Nederland werd dat niet helemaal begrepen, maar toch heeft de film in het buitenland goede kritieken ontvangen. De mensen achter de film Kill Bill hebben zelfs interesse gehad. Ze hebben de film uiteindelijk niet gekocht, maar ik vond het toch heel gaaf dat ze hem gekeken hebben.
Qua verhaal richtte ik me met deze film misschien ook al een beetje op een vrouwenpubliek, maar uiteindelijk was het toch een kung fu film. Dat wekte wat verwarring op.
Stiekem was ik er misschien ook al een beetje romcom van aan het maken.’

Als ik de rest van mijn leven films kan maken in Nederland, ben ik heel blij.

Jamel is niet iemand die verwacht dat dingen hem komen aanwaaien. Zich blijven ontwikkelen staat voorop en daar werkt hij ook hard voor. Hij volgde workshops in Berlijn en Los Angeles, bij de beste leermeesters ter wereld. ‘In 2005 volgde ik de workshop Acting for directors van Judith Weston. Ik wilde beter worden in acteurs regisseren en daarbij zocht ik hulp van de beste in het vak. Ik moest zelf de vloer op, acteren, en stond in de schoenen van de acteurs. Daar heb ik veel van geleerd en ook meer respect voor acteurs van gekregen. Daar had ik bij Zwaar verliefd! nog steeds profijt van. Natuurlijk werkte ik daar al met heel goede acteurs, maar doordat ik die achtergrond had, was de samenwerking nog beter. Zo konden we er echt samen het maximale uithalen.’ Zijn tijd in het buitenland leverde hem ook interessante contacten op. Hij zat in de klas met de eerste regisseur van CSI, die toen als  editor een aflevering met Tarantino had gedaan.

Ook ging Jamel een paar keer op eigen houtje naar het Filmfestival van Cannes, vooral om zijn netwerk te vergroten.
‘Iedereen die meer wil leren over filmmaken, moet in de eerste plaats veel films kijken. Zowel van goede als slechte films kun je heel veel leren. En het is ook goed om films uit andere landen te zien.
In eerste instantie kijk ik naar het verhaal, maar ik bestudeer ook technieken. Korea heeft bijvoorbeeld een heel andere manier van lichaamstaal. Filmmaken heeft iets universeels, maar als ik Zwaar verliefd! in Korea gemaakt zou hebben, zou het er toch heel anders uitzien. Bepaalde dingen die hier heel goed werken, zouden daar heel anders uitpakken. Dat vind ik heel fascinerend.
Ook het bestuderen van behind the scenes-materiaal is heel waardevol. Daar heb ik zoveel aan gehad. Ik keek van elke film de behind the scenes. En ik heb veel boeken gelezen over filmmaken.’

Filmmaker Jamel Aattache

Jamel wilde nog meer leren, beter worden. En daarvoor reisde hij de wereld rond. Het doel om het in het buitenland te maken, heeft hij inmiddels laten varen. Vooral sinds hij een gezin heeft, is dat niet langer zijn einddoel, maar destijds had hij die droom wel. ‘Als ik nu word gebeld door Hollywood, dan ga ik wel. Mijn vrouw steunt me daar ook heel erg in en zou me zeker aanmoedigen om zo’n kans te grijpen. Maar ik wil alleen dingen doen die goed zijn voor ons allemaal. Tijdelijk naar het buitenland gaan, zou ik dus zeker doen, maar ik kom wel weer terug. Daar wonen trekt mij niet. Als ik de rest van mijn leven films kan maken in Nederland, ben ik heel blij. Het gaat om het filmmaken. Of dat nu hier is, of daar, maakt eigenlijk niet uit.’

Concrete tips van Jamel voor filmmakers:

‘Zelf heb ik mij altijd laten inspireren door de succesverhalen van anderen en daar is veel over te vinden. Als je op Google gaat zoeken naar boeken over filmmaken, kom je van alles tegen. Ik heb zelf – ook bij het uitzoeken van workshops – altijd gezocht naar mijn ultieme voorbeelden. Wie is de bekendste, wie is de beste?

  • Een voorbeeld van een boek wat je echt moet lezen, is Rebel without a crew van Robert Rodriguez (Desperado, Sin City). Zijn eerste film maakte hij voor 7.000 dollar, die hij bij elkaar sprokkelde door proefkonijn te zijn voor de farmaceutische industrie. Iets wat ik overigens niet aanraad, maar het verhaal over hoe hij op zijn manier van helemaal niets een succesverhaal wist te maken, is erg inspirerend.
  • Roel Reine, bekend van Michiel de Ruyter en Redbad is ook een inspiratie voor me. Ook weer iemand die het gewoon ging doen. Wel met de filmacademie als achtergrond, maar hij vertrok naar Hollywood met alles wat hij had, was na twee jaar bijna blut, stond op het punt om terug te keren en kreeg precies op dat moment een voet tussen de deur. Nu is hij zo vermaard dat het haast niet meer uitmaakt of zijn films wel of geen kaskraker worden. Iedereen wil met hem werken. Hij staat voor mij voor het idee dat alles mogelijk is, als je het maar aandurft.
  • Ook Quentin Tarantino is autodidact. Hij werkte in een videotheek, en wilde carrière in de filmwereld maken. Ook hij maakte gewoon met een groep vrienden korte films. Het lukte hem een baantje als productie-assistent te bemachtigen en hij schreef de scenario’s voor True Romance en Natural Born Killers. Uiteindelijk lukte het hem die scripts te verkopen, waardoor hij zijn film Reservoir dogs kon financieren. Doordat Harvey Keitel interesse had in een rol, vertienvoudigde zijn budget. De film werd een grote hit.
  • Mijn inspiratie om So be it te maken, kwam van de maker van de film Zusje, met Kim van Kooten in haar eerste rol. Ook die film is low budget gemaakt. Ik heb destijds met de producenten van Zusje kunnen praten, om te leren van hun ervaringen. En toen ben ik zelf begonnen. Zo leer je ook ondernemen, door het stap voor stap te doen. Het voordeel van op deze manier filmmaken is dat je het hele proces in eigen hand hebt. Misschien ben ik ook wel een beetje een controlefreak.’

Ik ben een optimist en een doorzetter.

Twintig jaar geleden is hij begonnen met filmmaken en nu pas is hij waar hij wil zijn. Dat het voor Jamel een lange weg is geweest, met de nodige up’s en down’s mag dus duidelijk zijn. Maar hoe hou je zolang de moed erin? En kwam hij dan nooit in de verleiding om te zwichten voor de veiligheid van een vast inkomen?

‘Ik ben een optimist en een doorzetter. En gelukkig heb ik veel steun gehad van mijn ouders. Ik mocht lang thuis blijven wonen, want geld verdienen doe je in het begin nog niet. Als je voor dit werk kiest, moet dat ook echt uit passie zijn. Financieel schiet je er – zeker in het begin – niet zoveel mee op. Ik heb er dus ook wel dingen voor gelaten. Maar toch zag ik dat niet als opoffering.
Geld is voor mij niet zo belangrijk, doen wat ik leuk vind wel. Natuurlijk was mijn moeder ook weleens ongerust, maar ik werd zo gelukkig van mijn werk. Gelukkig zag ze dat ook. 

Ik vind: zeker als je nog jong bent, kun je risico’s nemen. Nu moet ik daar wel iets anders over denken, omdat ik een gezin heb, maar als je jong bent, wat heb je dan te verliezen? Als het mislukt kun je alsnog die studie doen, of die vaste baan aannemen. Dat dat niks voor mij was, had ik op mijn vijftiende al door. Ik had heel veel bijbaantjes, van McDonalds tot aan Bart Smit. Ik wist toen al dat ik niet in de wieg gelegd ben om voor een baas te werken. Ik miste daar de creativiteit gewoon heel erg. Tegenwoordig heb je eigenlijk helemaal geen excuus meer om het niet te proberen, vindt Jamel.

Veel mensen kiezen uit praktische redenen voor een goede baan, met de zekerheid van een vast salaris, maar daarom lukt het  dus vaak ook niet om die droom waar te maken.

 ‘Als de financiële crisis van de afgelopen jaren me iets duidelijk heeft gemaakt, dan is het wel dat zekerheid niet bestaat. Ook als je de veilige weg kiest, kan je voor onverwachte dingen komen te staan. Misschien maakt dat besef het voor mensen ook weer makkelijker om toch een creatieve switch te maken. En als we het dan over filmmaken hebben, dat is nog nooit zo laagdrempelig geweest als in deze tijd. Met je mobiel kun je je eerste film gaan maken. Eigenlijk heb je geen excuses meer. Toen ik begon, moest ik investeren in duur materiaal. Voor mijn eerste film heb ik 30.000 euro schuld gemaakt.

Zeker tien jaar lang was ik die aan het afbetalen. Toen draaide je nog film op filmrollen. Dat was zo duur. Ik heb jarenlang bijbanen gehad om dat te bekostigen. Misschien dacht ik destijds wel iets te rooskleurig over hoe ik dat zou terugverdienen. Of ik dat achteraf niet liever anders zou hebben aangepakt? Niet echt. Mijn grote netwerk heb ik op die manier opgedaan en ik heb zoveel lessen in de praktijk geleerd. Dat zou ik niet hebben willen missen. Maar het was wel een erg lange weg. Daarom adviseer ik mensen nu ook om vooral wél naar de filmacademie te gaan.’

Filmmaker Jamel Aattache

Natuurlijk staat voorop dat je hard moet werken en moet blijven volhouden. Maar soms is geluk net even de bepalende factor.

Het moeilijke aan een creatieve loopbaan is dat je nooit weet waar het succes op je pad komt. Waarom het ene project wel slaagt, en het andere niet, of waarom de ene persoon wel succes heeft en iemand anders – met net zoveel talent – niet, blijft altijd moeilijk te vatten. Ook Jamel heeft meerdere projecten door de vingers zien glippen, voor hij met Zwaar verliefd! doorbrak bij het grote publiek. Waar zit het geheim van succes?
‘Soms moet het je ook even meezitten. Natuurlijk staat voorop dat je hard moet werken en moet blijven volhouden. Maar soms is geluk net even de bepalende factor. Dat had ik ook een beetje toen ik het boek Zwaar verliefd! tegenkwam. Ik was verbaasd dat de rechten nog niet verkocht waren. Daarvoor had ik aan meerdere projecten gewerkt die op het laatste moment niet doorgingen. Daarvan heb ik vooral geleerd niet op één paard te wedden. Daarmee loop je een groot risico en ik heb mezelf voorgenomen dat niet meer te doen. Zwaar verliefd! was eigenlijk het laatste project waarbij ik het zo heb aangepakt, al heeft het daar juist wél weer goed uitgepakt. Het kan ook je kracht zijn, hoor. Als alles ervan af hangt, zet je toch misschien net wat harder door als er dingen tegenzitten. Maar ik wil niet riskeren dat er nog een keer een gat van tien jaar valt.’

Ik vind alle aspecten aan het maken van film interessant. Daarom noem ik mezelf ook filmmaker en niet regisseur of producent.

Misschien is zijn doorzettingsvermogen het meest doorslaggevend voor zijn succes geweest. Ook als het lange periodes tegenzat, bleef hij toch in zichzelf geloven. ‘Door die tegenslagen ben ik realistischer geworden, maar ik heb het nooit opgegeven. Er zijn periodes geweest dat ik op zoek moest naar ander werk. Toch heb ik dat wel altijd binnen de filmsector gezocht en gevonden.
Ik heb bedrijfsfilms gemaakt en begon samen met mijn vrouw een bedrijf in het maken van lipdubs. Mijn vrouw had haar master rechten in Tilburg gehaald , maar door de crisis was er op dat moment weinig kans op een baan, dus toen zijn we voor onszelf begonnen.
Ik wilde toch iets doen wat ik leuk vond en vanuit Amerika kwam ik de term Lipdub tegen. Dat is een videoclip in één opname, waarin je met een groep mensen een muzieknummer nasynchroniseert. Wij hebben dat jarenlang gedaan voor bedrijven en vrijgezellenfeesten. Ik ben van het direct implementeren, dus ik kwam op het idee en de volgende dag had ik een website. En de dag erna hadden we onze eerste opdracht binnen. Dat was nog een grote klant ook.

Daarna kwam er weer een grote klant, en zo konden we de eerste maanden al rondkomen.
De reclame ging van-mond-tot-mond. Uiteindelijk konden we dankzij ons bedrijf een huis kopen.
Omdat het best een uitdaging is om een lipdub op te nemen, heb ik het vijf jaar lang met plezier gedaan. Elke locatie was anders, je moet snel schakelen, soms moest je een heel gebouw laten zien in drie minuten. En de mensen met wie we te maken hadden, hadden altijd blije gezichten. Dat maakte het heel leuk om te doen.’
Zelf maakt Jamel geen lipdubs meer, de laatste heeft hij een maand geleden opgenomen. Maar het bedrijf loopt nog goed, met tien cameramensen in Nederland, drie in België en nog eens tien in Duitsland.
‘Ik richt me nu alleen nog op filmmaken. Dat is voor mij het hoogst haalbare.
Ik vind alle aspecten aan het maken van film interessant.
Daarom noem ik mezelf ook filmmaker en niet regisseur of producent.

On set Zwaar verliefd!

Je ontwikkelt je pas op de filmset, maar dat is misschien één keer per jaar. Als je geluk hebt, want soms zit er wel tien jaar tussen twee goede projecten.

Het liefst ben ik bij het hele proces betrokken en geef ik alles van A tot Z zelf vorm. Ik heb Brabant films opgericht, zodat ik ook voor anderen kan produceren. Op dit moment ben ik bijvoorbeeld bezig met een project dat ik niet zelf ga regisseren.
Ik denk dat ik wel wat bij te dragen heb aan de filmwereld. Het is een elitair wereldje, en dat mag van mij wel wat minder. Ik zou willen zien dat het filmklimaat wat breder wordt. Nu wordt de neus vaak opgehaald voor films die als ‘commercieel’ bestempeld worden. Tegelijk moet je als regisseur of producent wel twee successen op je naam hebben om steun van het Filmfonds te ontvangen voor nieuwe projecten. Soms vragen mensen me weleens waarom ik een romantische komedie gemaakt heb. Alsof ik gezwicht ben voor het commerciële aspect, maar zo zie ik dat dus echt niet. Ik wilde dit gewoon maken.’
Zwaar verliefd! kwam binnen op nummer drie in de Bioscoop Top 20 en behaalde binnen tien dagen de Gouden Film-status. We mogen dus wel stellen dat de film een succes is. 

Voorafgaand aan de opnames werd er intensief gerepeteerd door Jamel en de acteurs. ‘Die manier van werken heb ik dus geleerd in de workshops die ik gevolgd heb. In Nederland wordt hiervoor meestal te weinig tijd genomen, maar voor deze film heb ik twee weken lang gerepeteerd met de cast. Als je weet dat de opnames in totaal zo’n zes weken in beslag namen, dan is dat in verhouding best lang. Met Barbara [Sloesen, die in de hoofdrol van Isa in letterlijk elke scène te zien is, red.] heb ik echt de tijd genomen om dieper op het scenario in te gaan. Door het repeteren kun je uitvinden wat goed werkt en wat niet. Dat heeft vooral te maken met de toon. Dan kun je ook nog dingen veranderen.
Dat was waarschijnlijk de grootste fout die ik bij Fighting Fish gemaakt heb.
Ik wilde gewoon filmen. We hebben wel een halfjaar aan de choreografie gewerkt, maar het acteren nam ik te lichtvaardig op. Dat zou vanzelf wel goedkomen. Ik had maar één dag de tijd genomen om met Chantal Janzen te repeteren.’

Het lastigste aspect aan regie is dat het moeilijk is om te oefenen, omdat je pas echt ervaring opdoet op de werkvloer. Het is bijna niet mogelijk om elke dag met het vak bezig zijn. ‘Je moet op de set zijn, alle techniek moet aanwezig zijn, je hebt de cameramensen en acteurs nodig. Dan pas kun je aan de slag. Je moet dus op de vloer het vak leren. Een acteur kan als het ware ook nog thuis voor de spiegel oefenen en zo beter worden, maar voor een regisseur is het moeilijk om meters te maken. Je ontwikkelt je pas op de filmset, maar dat is misschien één keer per jaar. Als je geluk hebt, want soms zit er wel tien jaar tussen twee goede projecten, zoals bij mij het geval was.’

Eigenlijk maak ik van muren deuren. Als het goed gaat, gaan er nieuwe deuren open. Valt het tegen, dan gaan er weer deuren dicht. Maar ik voel altijd wel een briesje.’

ijvr Staat voor het doorbreken van de muren die jou in de weg staan. Ook Jamel heeft behoorlijk wat muren beklommen om te komen waar hij nu is. ‘Ik ben een optimist, maar daardoor kunnen klappen ook extra hard aankomen.
In Hollywood gebruiken ze een mooie term voor hoe het eraan toe kan gaan in de filmindustrie: swimming with the sharks. Eerlijk gezegd is dat in Nederland niet anders, er zitten behoorlijk wat haaien in dit wereldje. Ik ben zelf ook een paar keer in aanraking gekomen met partijen die achteraf niet te vertrouwen bleken. In het begin van je carrière helpt naïviteit je vaak op gang, omdat je makkelijker stappen zet, maar daarna moet je er snel vanaf. Eigenlijk ben ik de afgelopen jaren van muur naar muur gegaan. Vaak stond er weer een volgende, als ik er net eentje beklommen had. Maar ik ben en blijf een optimist en zoek altijd wel een kiertje. Zonder hoop kun je je passie niet achterna. Eigenlijk maak ik van muren deuren. Als het – zoals nu met Zwaar verliefd! goed gaat, gaan er nieuwe deuren open. Valt het tegen, dan gaan er weer deuren dicht, maar ik voel altijd wel een briesje.’

Filmmaker Jamel Aattache